Voor het deeg
140 gram boter, op kamertemperatuur
100 gram witte basterdsuiker
¼ tl zout
1 eidooier
200 gram Zeeuwse bloem
1 theelepel bakpoeder
1 theelepel kaneelpoeder
Verder nodig
bloem, voor het werkblad
1/2 ei, losgeklopt
50 gram amandelschaafsel
50 gram fijne parelsuiker
Doe de boter, basterdsuiker en het zout in een kom en meng door elkaar. Meng het ei erdoor en voeg vervolgens de bloem, het bakpoeder en kaneelpoeder toe. Kneed alles tot een deeg, verpak het in plasticfolie en laat het minimaal 1 uur rusten in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 175 °C (onder- en bovenwarmte).
Kneed het deeg kort door en rol het vervolgens tussen twee bakpapiertjes uit tot een lap ter grootte van de bakplaat met een dikte van 3 millimeter. Leg het deeg op de bakplaat en bestrijk het met ei. Bestrooi dit vervolgens met het amandelschaafsel en de fijne parelsuiker. Druk de topping met een deegroller heel licht aan.
Bak de koek in 20 minuten gaar. Snijd de koek na het bakken direct in rechthoekjes van 4 bij 7 centimeter met een pizzasnijder. Laat de koekjes afkoelen op een rooster.