Amandelkransjes

Voor ongeveer 25-30 koekjes

100 gr boter, op kamertemperatuur
80 gr witte basterdsuiker
½ citroen, rasp
¼ tl zout
1/2 eidooier, op kamertemperatuur
150 gr bloem
1/4 tl baking soda
1 ei, losgeklopt
amandelschaafsel
parelsuiker

Doe de boter, basterdsuiker, citroenrasp en het zout in een kom en meng door elkaar. Meng de eidooier erdoor en voeg tot slot de bloem en baking soda toe. Kneed alles tot een deeg, verpak het in plasticfolie en laat het minimaal 1 uur rusten in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 170 °C en bekleed een bakplaat met bakpapier.

Kneed het deeg kort door en rol het op een licht bebloemdwerkblad uit tot een dikte van 4 millimeter (check dit artikel voor tips overhet uitrollen van deeg). Steek met een kerstkransjesuitsteker (of twee ronde uitstekers, waarbij je een kleinere gebruikt om het midden uit te steken) kransjes uit het deeg. Het deeg dat overblijft kun je opnieuw uitrollen. Leg de kransjes op de bakplaat, bestrijk ze met ei en bestrooi ze met amandelschaafsel.

Bak de koekjes in 13-16 minuten tot ze licht goudbruin zijn. Laat ze afkoelen op een rooster.

Van dit recept

Kaneelsterren

Voor 2 bakplaten met koekjes


2 eiwitten
250 gram poedersuiker
300 gram amandelmeel
2 tl kaneelpoeder (niet teveel!)
1 eetlepel amandellikeur, optioneel
snuf zout


Klop de eiwitten op in een vetvrije kom. Voeg de poedersuiker geleidelijk toe zodra het eiwit schuimig begint te worden en klop alles door tot het eiwit stijf is. Weeg 75 gram van de stijfgeklopte eiwitten af en bewaar dit voor het glazuur.

Meng de rest van de opgeklopte eiwitten met het amandelmeel, kaneelpoeder, het zout en naar wens de amandellikeur tot een samenhangend geheel. Rol de amandelmassa op een met poedersuiker bestrooid werkblad uit tot een dikte van 8 millimeter.

Steek of snijd sterren uit het amandeldeeg en leg deze op 2 met bakpapier beklede bakplaten. Het overgebleven deeg kun je opnieuw uitrollen. Bestrijk de kaneelsterren met de achtergehouden stijfgeklopte eiwitten. Dit gaat het mooist met een fijn kwastje. Maak het glazuur met een klein beetje water vloeibaarder als het niet mooi uitvloeit. 

Laat de Zimtsterne na het bestrijken minimaal 30 minuten rusten op kamertemperatuur, zodat het glazuur wat kan drogen. Verwarm de oven voor op 150 °C onder- en bovenwarmte.

Plaats de bakplaat met de kaneelsterren zo laag mogelijk in de oven. Plaats boven in de oven een tweede, lege bakplaat om te voorkomen dat de koekjes te veel warmte van boven krijgen en het witte glazuur verkleurt. Bak de kaneelsterren in 12-17 minuten gaar. Schuif het bakpapier met koekjes en al van de bakplaat af en laat de koekjes afkoelen voordat je ze van het bakpapier haalt. 


Citroen-amandelkoekjes


Voor ongeveer 40 stuks

500 gram blanke amandelen
400 gram kristalsuiker
rasp van 1 grote citroen
zout
150 gram eiwit
bigarreaux, blanke- of vliesamandelen

Maal de amandelen met de citroenrasp, suiker en zout in de keukenmachine tot fijne kruimels. Laat de machine draaien en voeg beetje bij beetje het eiwit toe totdat er een zacht deeg is. Maak je handen nat en maak bolletjes ter grootte van een golfbal (+/- 25 gram/stuk). Verdeel over 1-3 bakplaten (met bakpapier). Druk een beetje plat met de achterkant van een natte lepel. Leg op elk koekje een halve bigarreaux of amandel. Verwarm de oven op 160 graden (hete lucht) en bak de koekjes in 13-15 af. Keer eventueel halverwege. 

Speculaas-boterkoek

375 g bloem
350 g koude boter, in blokjes
270 g donkerbruine basterdsuiker 
¼ tl zout 
3 el speculaaskruiden 
1 ei, losgeklopt
30 g amandelschaafsel (of hele amandelen)

Dit recept kan in een boterkoekvorm of in de vierkante bakvorm met bakpapier


Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius (hete lucht).

Meng in een kom de bloem met de boter, suiker, het zout en de speculaaskruiden. Kneed tot een stevig en samenhangend deeg. Verdeel het deeg over de taartvorm en druk het met de bolle kant van een lepel aan tot een zo gelijkmatig mogelijke laag.

Bestrijk het deeg met ei en kerf desgewenst de bovenkant kruislings in met een vork. Bestrooi met het amandelschaafsel of druk er een mooi patroon van hele amandelen in.

Bak de boterkoek in het midden van de oven in 30-40 minuten donkerbruin en gaar. Hij mag nog een beetje zacht zijn. Laat de boterkoek minimaal 6 uur afkoelen en stevig worden voor je hem aansnijdt.

Frambozentaart met frangipane

Voor het deeg

175 gr bloem
75 gr witte basterdsuiker
40 gr amandelmeel
100 gr boter, op kamertemperatuur
1 ei
¼ tl zout

Voor de frangipane
50 gr boter, op kamertemperatuur
50 gr suiker
¼ citroen, rasp
snuf zout
1 ei
50 gr amandelmeel

Voor de banketbakkersroom
500 ml melk
1 vanillestokje
100 gr suiker
2 eidooiers
45 gr maïzena

verse frambozen

Giet 450 ml melk in een pan. Snijd het vanillestokje met een scherp mesje open en schraap het merg eruit. Voeg zowel de peul als het merg toe aan de melk en breng alles aan de kook. Doe de overige melk met de suiker en de eidooiers in een kom en klop dit goed door elkaar. Klop als laatste de maïzena erdoor en maak er een mooi glad papje van. Verwijder als de melk kookt het vanillestokje. Giet al roerend de helft van de hete melk op het suikermengsel. Roer het goed door. Giet dit mengsel vervolgens bij de melk in de pan en breng alles onder voortdurend roeren aan de kook. Het mengsel zal gaan binden en dikker worden. Blijf de hele tijd roeren. Laat het mengsel 1-2 minuten zachtjes doorkoken. Giet de banketbakkersroom in een lage platte schaal (koelt sneller af) en dek deze af met plasticfolie. Zorg ervoor dat het folie direct op de room ligt, zodat er geen velvorming kan plaatsvinden. Laat de room eerst wat afkoelen op het aanrecht en zet de kom daarna tot gebruik in de koelkast. 

Doe alle ingrediënten voor het deeg in een kom en meng hier een mooi deeg van. Verpak het deeg in plasticfolie en laat het minimaal 1 uur rusten in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 180 °C. Vet een lage taartvorm (of taartring) van 20 centimeter doorsnede en ongeveer 2,5 centimeter hoog in met boter. Rol het deeg uit tot een dikte van 3 à 4 millimeter. Bekleed de vorm met het deeg en laat daarbij het deeg over de rand hangen. Prik het deeg op de bodem meerdere malen in met een vork en laat het nog 20 minuten rusten in de koelkast.

Meng alle ingrediënten voor de frangipane door elkaar en verdeel dat over de bodem. Bak de bodem 15 minuten, snijd het overhangende deeg aan de bovenkant van de vorm van binnen naar buiten recht af. Bak de taartbodem nog 10 tot 20 minuten tot deze gaar en goudbruin is. Laat de bodem afkoelen en verwijder de vorm.

Klop de banketbakkersroom los en verdeel deze over de bodem. Garneer de room met frambozen en bestuif deze licht met poedersuiker.

Gembercake

Voor het beslag 

200 gr boter, op kamertemperatuur
100 gr lichtbruine basterdsuiker
rasp van ¼ citroen
¼ tl zout
125 gr honing
1 el gembersiroop (uit het potje gekonfijte gember)
4 eieren, op kamertemperatuur
225 gr bloem
1½ tl bakpoeder
100 gr gekonfijte gember, uitgelekt en fijngehakt
1 el bloem
20 g amandelschaafsel
boter, om in te vetten
honing, om mee te besprenkelen

Verwarm de oven voor op 160 °C. Vet een cakevorm in met boter en bekleed de bodem en twee zijkanten met bakpapier.

Doe de boter, lichtbruine basterdsuiker, citroenrasp en het zout in een kom en klop dit met een handmixer met gardes of met de standmixer met de platte menghaak in minimaal 5 minuten romig. Klop hier de honing en de gembersiroop door en voeg vervolgens de eieren één voor één toe, waarbij je het volgende ei pas toevoegt als het vorige volledig is opgenomen. Spatel de bloem en het bakpoeder door het beslag. Meng de gekonfijte gember met de extra bloem en roer dit door het cakebeslag. 

Schep het cakebeslag in de cakevorm, strijk de bovenkant glad en bestrooi het met het amandelschaafsel. Bak de gembercake in 55-70 minuten gaar. Check of de gembercake gaar is door er met een satéprikker in te steken en deze er weer uit te halen. Zit er geen beslag aan de prikker, dan is de cake gaar. Laat de gembercake kort afkoelen en haal hem vervolgens met behulp van het bakpapier uit de vorm. Laat hem verder afkoelen op een rooster.

Besprenkel de gembercake voor het serveren met honing.

Appel kruimel plaatcake

Voor 15 stukken 



Voor de kruimels
135 gr bloem
90 gr witte basterdsuiker
90 gr boter, koud en in blokjes
snuf zout

Voor de cake
200 gr boter, op kamertemperatuur
200 gr witte basterdsuiker
rasp van 1 citroen
¼ tl zout
4 eieren, op kamertemperatuur
250 gr bloem
2 tl bakpoeder
75 ml volle yoghurt

Voor de topping
3 appels, geschild en in partjes van ½ cm
¼ citroen, sap
1 ½ tl kaneelpoeder
poedersuiker, om te bestuiven


Verwarm de oven voor op 175 °C en bekleed een braadslede of vorm van ongeveer 23×30 centimeter met bakpapier.

Meng voor de kruimels de bloem, basterdsuiker en een snuf zout in een kom en doe daar de in blokjes gesneden boter bij. Maak hier met je vingers een kruimelig deeg van. Zet de deegkruimels in de koelkast tot je ze gaat gebruiken.

Doe de boter, witte basterdsuiker, citroenrasp en het zout in een kom en klop dit in enkele minuten romig. Voeg vervolgens de eieren één voor één toe, waarbij je het volgende ei pas toevoegt als het vorige volledig is opgenomen. Spatel de bloem en het bakpoeder door het beslag en meng er tot slot de yoghurt door.

Schep het beslag in de vorm. Meng de appelpartjes met de kaneel en het citroensap. Verdeel de appelpartjes over het beslag. Bestrooi dit met de kruimels en bak de appel plaatcake in 50-60 minuten goudbruin en gaar. Test of de cake gaar is door in het midden een satéprikker te steken. Zit er geen beslag meer aan de prikker, dan is de plaatcake gaar. Laat de cake afkoelen in de vorm .

Bestuif de cake voor het serveren licht met poedersuiker.

Flat Brownies


Voor +/- 30 stukjes

100 gram blanke amandelen; 
120 gram boter
100 gram fijne kristalsuiker
100 gram bruine basterdsuiker 
60 gram cacaopoeder
¼ tl zout
2 grote eieren
100 gram amandelmeel of boekweitmeel
100 gram melkchocolade

Kleine bakplaat (27x38cm), bekleed met bakpapier

Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius (hete lucht). Strooi de amandelen uit over de bakplaat en laat ze 10-15 minuten roosteren in de opwarmende oven. Houd ze in de gaten, ze mogen niet te bruin worden. Hak de amandelen grof. Laat de boter smelten in een pannetje.

Meng de twee soorten suiker, het cacaopoeder en zout in een mengkom. Schenk de gesmolten boter erbij en voeg een ei toe. Roer met een garde en voeg het tweede ei toe. Roer nogmaals goed om. (Er hoeft dus niet gemixt te worden.)

Hak de chocolade middelgrof, waarmee ik bedoel dat het min of meer stukjes chocolade blijven, maar wel heel kleine stukjes. Voeg de gehakte chocolade, gehakte amandelen en het amandelmeel toe aan het beslag en schep om tot alles goed gemengd is, maar ook niet langer dan dat.

Bekleed de bakplaat met bakpapier. Spreid het beslag er gelijkmatig over uit en schuif in het midden van de oven. Bak de brownies in 20 minuten gaar. Haal ze uit de oven en til ze met bakpapier en al op een rooster om af te koelen. Snijd de flat brownies in vierkanten.


Pecan Pie

Voor een springvorm van 26cm 

Voor het deeg
175 gr bloem
15 gr suiker
¼ tl zout
120 gr boter, koud en in blokjes van 1 cm
2-4 el water, koud

Voor de vulling
150 gr donkerbruine basterdsuiker
¼ tl zout
150 ml ahornsiroop
2 tl vanille-extract
3 eieren
60 gr boter, gesmolten
175 gr pecannoten, grof gehakt
75 gr halve pecannoten

Verwarm de oven voor op 180 °C (boven- en onderwarmte). Vet een springvorm van 26 centimeter en een hoogte van ongeveer 4 centimeter in met boter en bekleed met bakpapier.

Zet 15 minuten voordat je het deeg gaat maken de boter en het water in de vriezer, zodat ze goed koud zijn. Meng de bloem met de suiker en het zout in een kom. Voeg de blokjes koude boter toe. Wrijf de blokjes boter met je vingers door het bloemmengsel, tot het op grof broodkruim lijkt. Doe dit niet te lang, de boter mag niet te warm worden. Voeg het ijswater toe en kneed alles snel tot een deeg. Er mogen nog wat kleine stukjes boter in het deeg zitten, dat geeft het deeg een lekkere structuur. Verpak het deeg in plasticfolie en laat het minimaal 30 minuten rusten in de koelkast.

Rol het piedeeg op een licht bebloemd werkblad uit tot 3-4 millimeter dikte. Bekleed de vorm met het deeg en prik de bodem enkele keren in met een vork. Snijd of knip het overhangende deeg af, maar doe dit ruim zodat je een klein randje extra deeg overhoudt. Vouw die deegrand onder het deeg, zodat de bovenrand iets dikker is. Knijp de taartrand om de centimeter in, zodat er een soort golfmotief ontstaat in de rand.

Verkreukel een stuk bakpapier, leg dit uitgevouwen op het deeg en verdeel daar de blindbakvulling naar keuze over. Bak het deeg 15 minuten, verwijder het bakpapier en de blindbakvulling en bak de bodem nog 10-15 minuten, tot deze goudbruin is.

Doe voor de vulling de donkerbruine basterdsuiker met het zout in een kom en meng deze met een garde door elkaar. Voeg de ahornsiroop en het vanille-extract toe en meng vervolgens de eieren door het mengsel. Meng tot slot de gesmolten boter door de vulling.

Schep de grof gehakte pecannoten in de bakvorm over de gebakken bodem en spreid ze gelijkmatig uit. Giet de vulling eroverheen en decoreer dit vervolgens met de halve pecannoten. Bak de pecan pie op 180 °C in 30-40 minuten goudbruin. 

Dek de taart eventueel tegen het einde van de baktijd af met aluminiumfolie als de pecannoten bovenop te donker dreigen te worden. Laat de taart afkoelen in de vorm.

Hazelnoot-koffiemacarons

Voor 20-25 macarons

Voor de praliné
125 gr hazelnoten
82,5 gram kristalsuiker
22,5 gram water

Rooster de noten zo’n 20 min in de oven op 165°C. Breng intussen de suiker en water aan de kook tot deze een siroop vormt en 121°C bereikt. Voeg de hazelnoten toe van het vuur af en meng goed met een spatel. De suiker zal nu kristalliseren en weer droog/zanderig worden. Zet de pan nu weer terug op middelhoog vuur en blijf rustig roeren tot de suiker karamelliseert en mooi lichtbruin is geworden.
Stort het geheel uit op een bakplaat met bakpapier of siliconen matje en laat op kamertemperatuur uitharden en afkoelen. Als het eenmaal hard is geworden kun je het in grove stukken breken. Deze doe je vervolgens in een foodprocessor en mix je tot een gladde pasta. Eerst zal het droog lijken, maar rustig aan zullen de oliën uit de noten komen en voor een steeds fijnere pasta zorgen, vergelijkbaar met een dunne pindakaas. De hazelnootpraliné is klaar als alles goed fijn gemengd is en weer redelijk vloeibaar is geworden. Bewaar in de koelkast in een jampotje. 

Voor de ganache
135 gram witte chocolade
1,8 gram oploskoffie (1 zakje)
85 gram slagroom
12 gram invertsuiker
30 gram hazelnootpraliné 

Doe de room, oploskoffie, de invertsuiker en de praliné in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Meng met een staafmixer. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit
1/2 theelepel cacaopoeder

40 gram water
130 gram suiker
50 gram eiwit, op kamertemperatuur

klein handje gehakte hazelnoten

Bekleed de grote bakplaat met bakpapier. Rondjes tekenen kan, maar is niet nodig. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, cacao en de poedersuiker. Doe 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel - de witte spatel van de Magimix is daar het beste voor. 

Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in het kleinste steelpannetje. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Roer af en toe om te zorgen dat het suiker goed opgelost is. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop tussen 188 en121 graden is  haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten, heel langzaam, druppel per druppel. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld - dat hoeft niet op de hoogste stand. Je zoekt voor een temperatuur onder de 45 graden. 

Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Bestrooi eventueel met gehakte hazelnoten. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven.

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). 
Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. Schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje.  Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 
⚙ Beheer