Citroen-amandelkoekjes


Voor ongeveer 40 stuks

500 gram blanke amandelen
400 gram kristalsuiker
rasp van 1 grote citroen
zout
150 gram eiwit
bigarreaux, blanke- of vliesamandelen

Maal de amandelen met de citroenrasp, suiker en zout in de keukenmachine tot fijne kruimels. Laat de machine draaien en voeg beetje bij beetje het eiwit toe totdat er een zacht deeg is. Maak je handen nat en maak bolletjes ter grootte van een golfbal (+/- 25 gram/stuk). Verdeel over 1-3 bakplaten (met bakpapier). Druk een beetje plat met de achterkant van een natte lepel. Leg op elk koekje een halve bigarreaux of amandel. Verwarm de oven op 160 graden (hete lucht) en bak de koekjes in 13-15 af. Keer eventueel halverwege. 

Flat Brownies


Voor +/- 30 stukjes

100 gram blanke amandelen; 
120 gram boter
100 gram fijne kristalsuiker
100 gram bruine basterdsuiker 
60 gram cacaopoeder
¼ tl zout
2 grote eieren
100 gram amandelmeel of boekweitmeel
100 gram melkchocolade

Kleine bakplaat (27x38cm), bekleed met bakpapier

Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius (hete lucht). Strooi de amandelen uit over de bakplaat en laat ze 10-15 minuten roosteren in de opwarmende oven. Houd ze in de gaten, ze mogen niet te bruin worden. Hak de amandelen grof. Laat de boter smelten in een pannetje.

Meng de twee soorten suiker, het cacaopoeder en zout in een mengkom. Schenk de gesmolten boter erbij en voeg een ei toe. Roer met een garde en voeg het tweede ei toe. Roer nogmaals goed om. (Er hoeft dus niet gemixt te worden.)

Hak de chocolade middelgrof, waarmee ik bedoel dat het min of meer stukjes chocolade blijven, maar wel heel kleine stukjes. Voeg de gehakte chocolade, gehakte amandelen en het amandelmeel toe aan het beslag en schep om tot alles goed gemengd is, maar ook niet langer dan dat.

Bekleed de bakplaat met bakpapier. Spreid het beslag er gelijkmatig over uit en schuif in het midden van de oven. Bak de brownies in 20 minuten gaar. Haal ze uit de oven en til ze met bakpapier en al op een rooster om af te koelen. Snijd de flat brownies in vierkanten.


Amandelkoekjes


Voor ongeveer 20 stuks

175 gram amandelmeel
90 gram suiker
rasp van 1 citroen
1/2 theelepel kaneel
90 gram eiwit
75 gram amandelschaafsel
zout

Meng het amandelmeel met de suiker, kaneel, citroenrasp en wat zout. Klop 60 gram eiwit met wat zout op tot stijve pieken. Meng het amandelmengsel erdoor. Doe de overige 30 gram eiwit in een schaaltje, en het amandelschaafsel in een ander schaaltje. Maak kleine bolletjes van het deeg (die hoeven niet perfect rond te zijn) en haal ze door het eiwit en daarna het amandelschaafsel. Druk eventueel wat plat op de bakplaat. Verwarm de oven op 190 graden onder- en bovenwarmte en bak +/- 13 minuten. 

Hazelnoot-koffiemacarons

Voor 20-25 macarons

Voor de praliné
125 gr hazelnoten
82,5 gram kristalsuiker
22,5 gram water

Rooster de noten zo’n 20 min in de oven op 165°C. Breng intussen de suiker en water aan de kook tot deze een siroop vormt en 121°C bereikt. Voeg de hazelnoten toe van het vuur af en meng goed met een spatel. De suiker zal nu kristalliseren en weer droog/zanderig worden. Zet de pan nu weer terug op middelhoog vuur en blijf rustig roeren tot de suiker karamelliseert en mooi lichtbruin is geworden.
Stort het geheel uit op een bakplaat met bakpapier of siliconen matje en laat op kamertemperatuur uitharden en afkoelen. Als het eenmaal hard is geworden kun je het in grove stukken breken. Deze doe je vervolgens in een foodprocessor en mix je tot een gladde pasta. Eerst zal het droog lijken, maar rustig aan zullen de oliën uit de noten komen en voor een steeds fijnere pasta zorgen, vergelijkbaar met een dunne pindakaas. De hazelnootpraliné is klaar als alles goed fijn gemengd is en weer redelijk vloeibaar is geworden. Bewaar in de koelkast in een jampotje. 

Voor de ganache
135 gram witte chocolade
1,8 gram oploskoffie (1 zakje)
85 gram slagroom
12 gram invertsuiker
30 gram hazelnootpraliné 

Doe de room, oploskoffie, de invertsuiker en de praliné in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Meng met een staafmixer. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit
1/2 theelepel cacaopoeder

40 gram water
130 gram suiker
50 gram eiwit, op kamertemperatuur

klein handje gehakte hazelnoten

Bekleed de grote bakplaat met bakpapier. Rondjes tekenen kan, maar is niet nodig. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, cacao en de poedersuiker. Doe 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel - de witte spatel van de Magimix is daar het beste voor. 

Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in het kleinste steelpannetje. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Roer af en toe om te zorgen dat het suiker goed opgelost is. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop tussen 188 en121 graden is  haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten, heel langzaam, druppel per druppel. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld - dat hoeft niet op de hoogste stand. Je zoekt voor een temperatuur onder de 45 graden. 

Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Bestrooi eventueel met gehakte hazelnoten. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven.

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). 
Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. Schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje.  Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Citroenmacarons

Voor ongeveer 20-25 stuks 

Voor de ganache
100 gram slagroom  
160 gram witte chocolade, fijngehakt 
schil van 1 citroen
2,5 eetlepels citroensap
13,5 gram invertsuiker

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit

40 gram water
135 gram suiker
50 gram eiwit

kleurstofpoeder (geel)
+/- 100 gram lemon curd

Voor de ganache
Doe de room met de citroenschil en invertsuiker in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Laat even staan en pureer dan goed met de staafmixer. Voeg daarna de citroensap toe. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Dit kan op de grote bakplaat - 6 rijen met 5 rondjes, 5 rijen met 4 rondjes. Beter nog op 2 bakplaten. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel en de poedersuiker. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg ook de kleurstof toe. Ga voor een heldere gele kleur en houd er rekening mee dat er heel veel wit bij komt. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. Schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit een ring ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje. Spuit in het midden een lepeltje lemon curd. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Frambozenmacarons

Voor ongeveer 25 macarons

Voor de ganache (meer?)
135 gram witte chocolade, fijngehakt
55 gram frambozenpuree, gemaakt van 125 gram bevroren frambozen, die gepureerd en gezeefd zijn en daarna gemengd met een halve eetlepel citroensap 
30 gram slagroom
11,5 gram invertsuiker

Jam, gemaakt van de overige frambozenpuree, met een klein schepje suiker even goed door gekookt en daarna afgekoeld

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit

40 gram water
135 gram suiker
50 gram eiwit

kleurstofpoeder (rood)

Voor de ganache
Doe de room met de fruitpuree en invertsuiker in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Laat even staan en pureer dan met een staafmixer. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Dit kan op de grote bakplaat - 6 rijen met 5 rondjes, 5 rijen met 4 rondjes. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, poedersuiker en vanille. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg ook de kleurstof toe. Voeg voldoende toe en houd er rekening mee dat er heel veel wit bij komt. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje in een ring, zodat de jam in het midden kan worden gespoten. Er mag best veel ganache per koekje. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Pistachemacarons

Voor ongeveer 20-25 stuks 

Voor de ganache
100 gram slagroom  (85)
160 gram witte chocolade, fijngehakt (135)
15-20 gram pistachepasta (15)
14 gram invertsuiker

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
1 theelepel vanille 
50 gram eiwit

40 gram water
135 gram suiker
50 gram eiwit

kleurstofpoeder (groen, blauw en zwart)

Voor de ganache
Doe de room in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Roer totdat het glad is en voeg daarna de pistachepasta toe. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Dit kan op de grote bakplaat - 6 rijen met 5 rondjes, 5 rijen met 4 rondjes. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, poedersuiker en vanille. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg ook de kleurstof toe. Ga voor een niet al te gifgroene kleur en houd er rekening mee dat er heel veel wit bij komt. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze an 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Klop de ganache zachtjes op totdat hij dik wordt. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Macarons met witte chocolade

Voor 25 stuks

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
1 theelepel vanille (optioneel)
50 gram eiwit

40 gram water
125 gram suiker
50 gram eiwit

Voor de ganache
1 theelepel vanille
100 gram slagroom (30% vet)
160 gram witte chocolade


Voor de ganache
Doe de room en de vanille in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Roer totdat het glad is. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en zet een nacht in de koelkast. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Het zou in principe op de bakplaat met kleine gaatjes moeten passen. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom. 
Schenk het water met de 125 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, poedersuiker en vanille. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze an 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Klop de ganache zachtjes op totdat hij dik wordt. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Paleisbanket

Voor ongeveer 30 stuks

300 gram amandelspijs
1 ei
1 eidooier
rasp van 1/2 citroen
1,5 eetlepel frambozenjam
1,5 eetlepel abrikozenjam
50 gram fondant
rode kleurstof en/of een paar stuks rood fruit
eventueel ouwelpapier

Klop de amandelspijs los en voeg daarna de citroenrasp, het ei en de eidooier toe. Het deeg moet glad en spuitbaar zijn. Doe het deeg in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 11mm. Bekleed een bakplaat met bakpapier en leg daarop de ouwelvellen. Spuit 2 lange banen deeg naast elkaar zodat ze elkaar net raken. Spuit op deze manier nog 2 afzonderlijke setjes deeg. Laat 2 uur drogen op kamertemperatuur. 

Verwarm de oven op 225 graden (boven- en onderwarmte). Bak het paleisbanket voor ongeveer 10 minuten zodat de bovenkant mooi goudbruin is. Duw direct als het paleisbanket uit de oven komt een gleuf tussen elk setje banen, zodat er ruimte voor de jam en fondant ontstaat. Duw niet te diep, dan vallen de koekjes uit elkaar. Verwarm de abrikozenjam en bestrijk de koekjes hiermee. Snijd eventueel het teveel aan ouwel weg en spuit de frambozenjam op de koekjes. 

Verwarm intussen de fondant au bain marie (verdun eventueel met een klein beetje kokend water) en breng op kleur met wat kleurstof of wat gepureerd, gezeefd fruit. Doe over in een spuitzakje en spuit mooie banen over de koekjes. Zorg ervoor dat de fondant niet té vast is, dat zorgt niet voor mooie banen. Snijd als laatste de koek in stukjes van 2 cm. 

* Ouwel is niet noodzakelijk, maar maakt het wel makkelijker. Gebruik eventueel bakpapier en brand de onderkant van het paleisbanket met een crème bruléebrander zodat het niet teveel plakt. 
* Paleisbanket wordt vaak gebakken op krantenpapier. Dat zorgt er echter wel voor dat de onderkant nauwelijks gaar wordt. Eventueel 2 vellen bakpapier en ouwel. 

Weespermoppen

Voor 20 koekjes

150 gram amandelmeel
150 kristalsuiker
1 ei
rasp van 1/2 citroen
+ extra suiker voor garneren

Doe het amandelmeel en de 150 gram suiker in een kom en voeg het ei en de citroenrasp toe. Roer of kneed het tot een soepel spijs en wikkel in vershoudfolie. Leg minstens een uur in de koelkast, maar een nachtje is nog beter, om het spijs te laten rusten.

Halveer het amandelspijs en maak er twee dunne rollen van ongeveer 20 cm elk. Leg een 1-2 uur in de vriezer zodat er mooie plakjes van te snijden zijn. Strooi suiker over je werkblad en rol elke rol door het suiker. Op deze manier plakt de spijs niet aan je handen en krijgen je weespermoppen een mooi suikerlaagje.

Snijd de worst in plakken van 2 cm dik en duw beide snijvlakken nog even in de suiker. Plaats op een met bakpapier beklede bakplaat en bak in een voorverwarmde oven van 200 °C (boven- en onderwarmte) voor 10-15 minuten of tot ze een goudbruin randje hebben gekregen. Laat afkoelen op een rooster.
⚙ Beheer