Voor een patévorm van 1 liter
250 gram kinnebakspek, in stukken van 2cm
1,5 ui, in ringen
5 verse blaadjes laurier
4 takjes rozemarijn
150ml witte wijn
250 gram kalfslever
250 gram gehakt half-om-half
7,5 gram zout
5,5 gram patékruiden
1,5 ei
125 gram walnoten, gehakt
125 gram katenspek (ongeveer 10 plakjes)
Verwarm het spek, uien, laurier en 3 takjes rozemarijn met de witte wijn in een pan met deksel. Laat +/- 30 minuten zachtjes warm worden zodat de smaken goed in de spek kunnen trekken. Laat het niet te warm worden, het vuur kan eventueel uit. Neem dan de spek uit de pan en laat uitlekken.
Doe de lever in de keukenmachine en maal fijn. Doe de stukken spek erbij en draai deze ook fijn. Doe het mengsel in een kom en meng met het gehakt, zout, kruiden, eiren, noten en 1 takje rozemarijn, fijngehakt. Test het mengsel door een beetje in de magnetron te doen.
Verwarm de oven op 120 graden. Bekleed de vorm met aluminiumfolie, de laurierblaadjes en daarna het katenspek. Doe het patémengsel in de vorm en vouw goed dicht met de katenspek en daarna het aluminiumfolie. Plaats de vorm in een braadslee met heet water en bak de paté ongeveer 1 uur tot het een kerntemperatuur heeft van 68 graden.
Laat de paté goed afkoelen en zet daarna minstens 24 uur in de koelkast met een gewicht erop.
woensdag 24 juni 2020