Voor ongeveer 8 stukken

300 gram bloem
5 gram zout
20 gram suiker
9 gram gist
95 ml melk
4 eieren
150 gram koude boter
2 eetlepels rietsuiker

Vulling
50 gram boter
25 gram suiker
1 theelepel vanille
25 gram cacao

Meng in een kom de bloem met het zout en de suiker. Voeg de gist en de melk toe en meng met de deeghaken van een handmixer op de laagste stand tot een gladde massa. Kluts de 2 eieren en klop ze erdoorheen. Voeg als de eieren volledig opgenomen zijn de koude boter toe en draai in ongeveer 5 minuten tot een samenhangend deeg. Stort het deeg op een met bloem bestoven werkblad en vorm het met bebloemde handen tot een bol. Plaats het deeg in een met bloem bestoven kom. Dek af met vershoudfolie en laat circa 1 uur rijzen. Het deeg kan nu ook een nacht in de koelkast.

Roer intussen voor de chocoladevulling de boter tot een gladde massa. Voeg de suiker toe en klop het geheel luchtig. Roer voorzichtig de vanille en de cacao door het botermengsel. 

Stort het deeg op een met bloem bestoven werkblad en snijd het in 4 gelijke stukken. Rol alle lappen deeg uit tot een rechthoek van ongeveer 10cm breed en 1/2 cm dik. Verdeel 1/3 van het botermengsel over de 3 lappen deeg. Bestrijk de randen met water en stapel het deeg op een met bloem bestoven bakplaat en druk de randen voorzichtig aan. Koel het geheel 30 minuten in de koelkast. Niet nodig als de eerste rijs in de koelkast was.

Vet de taartvorm (24 cm ø) in met boter. Verdeel het deeg in 13 gelijke repen van ongeveer 1-2 cm. Pak telkens beide uiteinden van de repen vast en draai ze in tegengestelde richting. Verdeel de deegstrengen over de taartvorm. Draai de laatste streng tot een bol en plaats hem bovenop de chocoladebrioche. Dek de brioche af met vershoudfolie en laat 1 uur rijzen. 

Verwarm de oven op 170 graden (hete lucht). Kluts 1 ei en 1 eidooier en bestrijk de brioche ermee. Bestrooi de chocoladebrioche met de rietsuiker en bak hem in 20-25 minuten goudbruin en gaar.