Voor een taartvorm van ø26cm

160 gram boter, op kamertemperatuur
160 gram witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
1 ei + 1 eidooier
320 gram bloem
flinke snuf bakpoeder
rasp en sap van 1 citroen
165 gram amandelspijs, verkruimeld
4-5 friszure appels
3 eetlepels rietsuiker
100 gram abrikozenjam
75 gram geschaafde amandelen, geroosterd
crème fraîche voor erbij

Meng in een ruime kom de boter, suiker en vanillesuiker met je vingers tot een smeuïg geheel (dit kan ook met een mixer). Voeg het ei toe en meng tot het goed gemengd is. Zeef de bloem en voeg samen met het bakpoeder toe aan het deeg. Meng het goed met je vingers tot het een mooi homogeen deeg is. Ga niet te lang door. Laat het deeg 1 uur in de koelkast rusten. Rol het deeg daarna ui en bekleed de taartvorm. Zet het deeg terug in de koelkast.

Meng het spijs met de dooier en de citroenrasp en voeg eventueel wat water toe om het wat losser te maken. Schil de appels en halveer ze. Snijd dunne, horizontale plakjes van de appel en schep om met de citroensap.

Verdeel de spijs over de taart en leg de appelplakjes in mooie cirkels, elkaar steeds overlappend in de vorm. Werk van buiten naar binnen en maak zo twee lagen van appel. Bestrooi met de rietsuiker en bak de taart in een voorverwarmde oven (geen hetelucht) van 160 graden voor 40 minuten.

Verwarm de jam met wat citroensap en bestrijk de taart direct uit de oven met jam. Bestrooi met de amandelen.