Voor 6 stuks

½ groentebouillontablet
200 ml kokend water
100 g Zaanlander oud 48+
30 g ongezouten roomboter
30 g tarwebloem
2 tl dijonmosterd
6 plakjes bladerdeeg
1 middelgroot ei

Los het halve bouillonblokje op in het kokende water. Rasp de kaas. Smelt de boter in een steelpan op middelhoog vuur. Voeg de bloem toe. Verwarm deze roux al roerend 3 min. Voeg de bouillon toe en roer tot deze is opgenomen. Voeg de kaas en de mosterd toe en roer tot een samenhangende ragout. Schep de ragout in een plastic bakje. Laat minstens 1 uur afkoelen in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 200 °C. Haal de kaasragout uit de koelkast en snijd in de breedte in 6 gelijke plakken. Leg op elk plakje bladerdeeg een ragoutplak. Vouw de andere helft van het deeg over de ragout. Druk de randen van het bladerdeeg goed aan met een vork. Klop het ei los en bestrijk hiermee rijkelijk de bovenkant van de kaasbroodjes.

Snijd de bovenkant van elk kaasbroodje op 3 plekken in. Bak de kaasbroodjes in het midden van de oven in ca. 25 min. goudbruin en gaar.