Voor 8 broodjes

125 gram volle melk
7 gram broodverbeteraar
75 gram roomboter, op kamertemperatuur
3,5 gram gist
220 gram bloem
90 gram lichtbruine basterdsuiker
2,7 gram gemalen kardemom
1 gram zout
1/4 theelepel vanillepasta

Doe de melk en 37,5 gram roomboter in een steelpan en verwarm tot lauwwarm. Doe de gist met de bloem, 32,5 gram basterdsuiker, 1 gram kardemom en het zout in een kom. Voeg het melkmengsel toe en kneed in 10 minuten tot een soepel deeg. Vorm een bal en laat in de kom 45 minuten rijzen. 

Meng 32,5 basterdsuiker met 1,2 gram kardemom door de resterende 37,5 gram boter. Haal het deeg uit de kom en rol uit tot een lap van 50x15cm. Bestrijk het deeg met de kardemomboter. Vouw 1/3 van de lange kant van het deeg om en sla dan het andere 1/3 deel eroverheen. Rol nog iets uit. Snijd met de vouw mee 8 repen van het deeg. Snijd elke reep tot bijna het uiteinde in, maar laat het uiteinde aan elkaar zitten. Draai de twee stroken om elkaar heen tot een spiraal en rek voorzichtig al draaiend iets uit. Wikkel het deeg twee keer losjes om 2 vingers heen en stop het uiteinde dan van onder door de knoop.

Leg de broodjes op een bakplaat met bakpapier, bedek met een plastic zak en laat een nacht in de koelkast rijzen. Haal voor het bakken de broodjes uit de koelkast om op temperatuur te komen. Verwarm de oven op 220 graden en bak ze in 10 minuten goudbruin (iets minder hoge temperatuur als de broodjes nog koud zijn). 

Maak ondertussen de siroop. Verhit 20 ml water met 25 gram basterdsuiker, 0,5 gram kardemom en de vanille. Haal de broodjes uit de oven en bestrijk met de siroop. De broodjes zijn prima in te vriezen!