Voor ongeveer 60 stuks
150 gram boter, op kamertemperatuur
150 gram poedersuiker
¼ theelepel zout
1 theelepel vanille-extract
1 ei
150 gram bloem
Verwarm de oven voor op 175 °C (onder- en bovenwarmte) en bekleed het ovenrek met een siliconen bakmatje.
Roer de boter, poedersuiker, het zout en vanille-extract glad in een kom. Roer het ei en tot slot de bloem erdoor. Het deeg mag niet te luchtig worden, klop het dus niet op maar roer alles enkel tot een glad deeg. Doe het deeg in een spuitzak met een glad spuitmondje van 9 millimeter.
Spuit het deeg in staafjes van ongeveer 8 centimeter lengte op de bakplaat. Houd voldoende tussenruimte, want de koekjes lopen in de oven nog wat uit.
Bak de koekjes in 5 minuten tot de randjes goudbruin zijn; het midden blijft nog wat lichter. Laat ze afkoelen op een rooster.
Dat is een deeg waarvoor je de ingrediënten eigenlijk alleen maar door elkaar hoeft te roeren. Het deeg blijft wat zachter dan ander koekjesdeeg, waardoor je het met een spuitzak kunt verwerken. Belangrijk bij een roerdeeg is dat je het deeg niet luchtig klopt, zoals je dat bijvoorbeeld wel voor dit spritsen recept doet. Doordat het deeg niet luchtig is, loopt het tijdens het bakken uit tot prachtige dunne kattentongen.
Zelf vind ik dat deze koekjes op een siliconen bakmatje net iets mooier bakken dan op bakpapier; ze lopen dan gelijkmatiger uit. Kan eventueel ook met chocolade.
