Voor 24 koekjes

200 gram ongezouten roomboter (op kamertemperatuur)
100 gram fijne kristalsuiker
1 theelepel vanille-extract
50 gram poedersuiker
285 gram patentbloem
1 theelepel zout
35 gram cacaopoeder
100 gram ruwe rietsuiker
1 middelgroot ei




Doe de boter, kristalsuiker en het vanille-extract in een kom en mix met een handmixer op hoge snelheid in 5 min. tot een luchtig mengsel dat licht van kleur is. Zeef de poedersuiker en voeg met 260 g bloem en het zout toe aan het botermengsel. Meng tot een luchtig deeg.

Zeef de cacao. Weeg 310 g deeg af in een aparte kom en voeg daar de cacao aan toe. Kneed tot een egaal cacaodeeg. Voeg de rest van de bloem toe aan het achtergebleven deeg en kneed tot een egaal vanilledeeg.
Vorm van het cacaodeeg losjes met je handen 2 rechthoekige plakken van ca. 5 cm breed en ca. 24 cm lang. Leg een plak cacaodeeg in de lengte op een vel vershoudfolie van 40 cm lang. Verdeel daar de helft van het vanilledeeg over. Leg hier de andere plak cacaodeeg op en verdeel daar, zonder te veel druk uit te oefenen, de rest van het vanilledeeg over.

Vouw de vershoudfolie strak om het deeg en knijp het deeg met je handen aan elkaar tot een worst. Rol tot een egale worst met enigszins rechte uiteinden van Ø 5 cm en 24 cm lang. Leg 2 uur in de koelkast om te laten opstijven. Eventueel even in de vriezer.

Verwarm de oven voor op 175 °C. Verwijder de folie en halveer het stuk deeg. Doe de rietsuiker in een diep bord. Klop het ei los en smeer met de bakkwast een dun laagje ei over de lange kanten van 1 stuk deeg. Druk het stuk met de lange kanten stevig in de rietsuiker, zodat er een suikerlaag op komt. Herhaal met het andere stuk deeg. Je houdt wat rietsuiker over. Snijd beide stukken deeg in plakjes van 1 cm. Verdeel over de met bakpapier beklede bakplaten en bak in het midden van de oven in ca. 14 min. gaar. 

Laat de zebrakoekjes 5 min. op de bakplaten afkoelen. Haal dan met bakpapier en al van de bakplaten en leg op een rooster. Laat nog 15 min. afkoelen.