Kaasbitterballen

Voor ongeveer 30 stuks

1/2 groentebouillontablet
250 ml kokend water
2,5 blaadjes gelatine
40 gram ongezouten roomboter
65 gram tarwebloem
3 middelgrote eieren
62,5 gram geraspte Goudse jonge kaas
62,5 gram geraspte oude kaas
1 el Zaanse mosterd
80 g panko
2 liter frituurolie


Meng de groentebouillontablet met het kokend water en laat afkoelen tot kamertemperatuur. Week de gelatine ondertussen in ruim koud water. Smelt de boter op laag vuur in een steelpan met dikke bodem, maar laat niet kleuren. Voeg 50 g bloem toe en laat in 3 min. gaar worden (roux). Roer regelmatig. Zet het vuur middelhoog. Voeg al roerend met een garde de afgekoelde bouillon in delen toe. Laat, als alle bouillon is opgenomen, op laag vuur 5 min. zachtjes koken. Roer regelmatig. Haal van het vuur. Knijp de gelatine uit en voeg samen met 1 van de eieren, geraspte kaas en de mosterd toe. Breng op smaak met peper en eventueel zout. Spreid het kaasmengsel met een spatel uit over een platte schaal en dek af met vershoudfolie om te voorkomen dat er een vel ontstaat. Laat afkoelen tot kamertemperatuur. Zet daarna minstens 3 uur in de koelkast, laat héél koud worden, eventueel in de vriezer.

Doe de rest van de bloem in een diep bord. Klop de rest van de eieren los in een ander diep bord. Doe de panko in een derde diep bord. Maak van het kaasmengsel balletjes ter grootte van een kleine walnoot. Rol de balletjes een voor een achtereenvolgens door de bloem, het ei en de panko. Laat weer 1 uur opstijven in de koelkast en herhaal nog een keer.

Verhit de frituurolie tot 170 °C en frituur de bitterballen in ca. 2 min. goudbruin. Laat uitlekken op keukenpapier. 

Bananenschuimpjes

1 eiwit
50 gram poedersuiker
1 flinke theelepel bananenextract

Klop de eiwitten en voeg de suiker beetje bij beetje toe. Vouw als laatste de bananenextract erdoor. Spuit kleine banaantjes en laat op 125 graden (onder en bovenwarmte) 45 minuten hard worden in de oven. Laat in de oven afkoelen met de deur op een kier. 

Bramentompouce

Voor 4 tompoucen


4 plakjes bladerdeeg
1 blaadje gelatine
3 eieren
25 gram bloem
60 gram suiker
1 theelepel vanille
zout
250 ml melk
25 gram boter
200 gram bramen (ongeveer 14 stuks)
50 gram poedersuiker (misschien iets meer)
150 ml slagroom
1 eetlepel suiker

Verwarm de oven op 175 graden (hete lucht). Snijd de plakjes bladerdeeg doormidden en prik met een vorm veel gaatjes in het deeg. Leg op een met bakpapier bekleedde bakplaat, bedek met nog een vel bakpapier en leg een bakplaat hierop. Zet 15 minuten in de oven. Haal de bakplaat van het bladerdeeg en laat nog 5-10 minuten bruin worden. Zet eventueel iets hoger. 

Week de gelatine in koud water. Kluts de eieren met de bloem, de suiker en een snufje zout tot een licht schuim. Breng de melk met de vanille aan de kook en schenk hem al roerend in een dun straaltje bij het eimengsel. Plaats het mengsel op laag vuur en kook het mengsel tot een dikke custard. Neem de pan van het vuur. Knijp de gelatine uit. Roer de gelatine en de boter in stukjes door de custard en laat de crème afgedekt afkoelen.

Maak de bramen schoon. Wrijf ca. 4 bramen door een zeef en vang het sap op. Voeg het sap geleidelijk toe aan de poedersuiker en roer tot een dik glazuur. Bestrijk de helft van de bladerdeegplakjes met het glazuur.

Klop de slagroom met de suiker en doe in een spuitzak met gladde mond. Klop de crème goed op en doe de afgekoelde crème in de spuitzak en en spuit met een golvende beweging wat crème op een plakje bladerdeeg. Leg er de geglazuurde plakjes bladerdeeg bovenop. Versier met de overige bramen.

Zalm met Mosterdsaus


Voor 2 personen

200-300 gram zalmfilet
1 theelepel ahornsiroop 
50 gram mayonaise
1 eetlepel Dijonmosterd
1/2 teen knoflook, geraspt
1 theelepel gemalen komijnzaad
1 theelepel gemalen korianderzaad
1 citroen
10 gram dille
10 gram bladpeterselie
zout, peper

Verwarm de oven voor op 225°C. Bekleed een ovenschaal met bakpapier. Leg de zalm met het vel omlaag erin en bestrooi royaal met zout en peper.

Meng in een kleine kom de ahornsiroop, mayonaise, mosterd, knoflook, komijnzaad, korianderzaad, wat citroensap en wat zout en peper. Bestrijk de vis gelijkmatig met de helft van dit mengsel en bak 10 minuten in de oven of tot de vis gaar is (kerntemperatuur 55°C). Neem de zalm uit de oven, dek af met aluminiumfolie en laat 10 minuten rusten.

Snijd intussen de dille en bladpeterselieblaadjes fijn. Rasp de schil van de citroen en meng in een kom met de fijngesneden kruiden. Snijd de citroen in vieren. Haal de aluminiumfolie van de zalm en bestrooi de zalm met de kruidensalade. Serveer de zalm met het overgebleven mayonaisemengsel en de citroenparten.

Ahorn-Perentaart

 Voor een taart van ø23cm


2 eieren
110 gram suiker
30 gram donkerbruine basterdsuiker
30 gram bloem
1/2 citroen, rasp en sap
1 theelepel vanille
125 ml zure room
25 gram boter, gesmolten
1 grote peer, in 2mm plakjes
2 eetlepel poedersuiker
4 eetlepels ahornsiroop

Deeg
150 gram volkorenmeel
100 gram koude boter, in blokjes
55 gram lichtbruine suiker
2 eidooiers

Doe voor het deeg het volkorenmeel met de boter, basterdsuiker en een snuf zout in de mengkom van de keukenmachine en mix totdat het fijn kruimelig is. Mix met de pulsknop de eidooiers erdoor tot je een samenhangend mengsel krijgt. Vorm een bal en leg afgedekt met gladfolie 1 uur in de koelkast. 

Verwarm de oven op 200 graden. Bekleed de taartvorm met bakpapier. Rol het deeg uit tot 3mm dikte en bekleed de taartvorm. Snijd netjes af en laat 30 minuten in de koelkast rusten. Vul met steunvulling en bak 15 minuten in de oven. Hala de vulling eruit en laat nog 10-12 minuten in de oven bakken. Laat volledig afkoelen en zet de oven op 160 graden. 

Klop intussen de eieren, beide soorten suiker, bloem, citroenrasp en -sap en de vanille tot een glad mengsel. Voeg de zure room toe, samen met 80 ml water en de boter. Schenk in de bodem. Verdeel de perenplakjes over de taart en bestrooi met poedersuiker. Bak 40-45 minuten in de oven tot de vulling is gestold, maar in het midden nog wat wiebelig. Laat afkoelen tot kamertemperatuur en daarna door en door koud worden in de koelkast. 

Schenk de ahornsiroop in de steelpan en laat op hoog vuur in 2 minuten inkoken. Schenk over de taart. Laat afkoelen. 

Vietnamese Stir Fry

Voor 2 personen

200 gram varkensgehakt
1/2 winterwortel, julienne
2 bosuien, in ringetjes
2 tenen knoflook, fijngesneden
2 cm gember, geraspt
65 gram bleekselderij, fijngesneden
50 shiitakes, fijngesneden
115 gram waterkastanjes, fijngesneden
50 gram sperziebonen, in dunne plakjes
1/2 eetlepel sesamolie
1 eetlepel sherry
2 eetlepels mirin
4 eetlepels oestersaus
4 eetlepels sojasaus
50 gram mihoen, gekookt
4 blaadjes sla

Verhit de sesamolie in een wok en bak hierin het wit van de bosui met de knoflook, gember, bleekselderij en paddenstoelen 3-4 minuten. Voeg het gehakt toe en bak in 4 minuten rul en bruin. Voeg de wortel, waterkastanje, sperziebonen, sherry, mirin, oestersaus en sojasaus toe en roerbak nog 3-5 minuten tot de vloeistof ingekookt is. Schep de noedels erdoor en neem van het vuur. Schep het gehaktmengsel in de slablaadjes en bestrooi met het groen van de bosui. 

 

Gyoza

 Voor 12 stuks


100 gram fijngesneden kool
2 theelepels zout
100 gram varkensgehakt
1 theelepel peper
1 teen knoflook, geraspt
2 cm gember, geraspt
1 bosui, zeer fijn gesneden
1/2 theelepel suiker
12 velletjes deeg
60ml rijstazijn
30 ml sojasaus
1/2 theelepel chilivlokken

Snijd de kool in zeer dunne reepjes en bestrooi met 1 theelepel zout. Laat 15 minuten intrekken in een vergiet. Knijp daarna zeer goed uit en doe in een kom, samen met het gehakt. Voeg 1 theelepel zout, de peper, knoflook, gember, bosui en suiker toe. Kneed goed, totdat het mengsel gaat kleven. 

Doe in flinke theelepel van het gehaktmengsel op het velletje deeg en maak de randen nat. Vouw tot een dumpling. Herhaal totdat het gehakt op is. 

Verwarm 1 eetlepel olie in een pan en bak de dumpling ongeveer 1-2 minuten totdat ze bruin zijn. Voeg 60 ml water toe en doe een deksel op de pan. Laat 3 minuten stomen en haal dan de deksel van de pan. Laat nog een minuutje goed drogen. 

Meng intussen de ingrediënten voor de saus door elkaar. Serveer met de dumplings. 


Kaasbroodjes

 
Voor 6 stuks

½ groentebouillontablet
200 ml kokend water
100 g Zaanlander oud 48+
30 g ongezouten roomboter
30 g tarwebloem
2 tl dijonmosterd
6 plakjes bladerdeeg
1 middelgroot ei

Los het halve bouillonblokje op in het kokende water. Rasp de kaas. Smelt de boter in een steelpan op middelhoog vuur. Voeg de bloem toe. Verwarm deze roux al roerend 3 min. Voeg de bouillon toe en roer tot deze is opgenomen. Voeg de kaas en de mosterd toe en roer tot een samenhangende ragout. Schep de ragout in een plastic bakje. Laat minstens 1 uur afkoelen in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 200 °C. Haal de kaasragout uit de koelkast en snijd in de breedte in 6 gelijke plakken. Leg op elk plakje bladerdeeg een ragoutplak. Vouw de andere helft van het deeg over de ragout. Druk de randen van het bladerdeeg goed aan met een vork. Klop het ei los en bestrijk hiermee rijkelijk de bovenkant van de kaasbroodjes.

Snijd de bovenkant van elk kaasbroodje op 3 plekken in. Bak de kaasbroodjes in het midden van de oven in ca. 25 min. goudbruin en gaar. 

Gevulde Pompoen met Boerenkool en Kaassaus

 Voor 4 personen

1 grote flespompoen
20 gram boter
2 rode uien, in ringen
2 tenen knoflook, geraspt
1 eetlepel bloem
300 ml melk
150 gram boerenkool
200 gram oude kaas, geraspt
1,5 theelepel nigellazaad
2 sneetjes brood, in blokjes van 1cm
olie, zout, peper
rijst

Verwarm de oven op 220 graden. Snijd de pompoen in de lengte door en haal met een lepel de zaden eruit. Stoom de helften in 20-40 minuten beetgaar in de stoompan. 

Verhit intussen de boter in de grote koekenpan met dikke bodem. Bak hierin de uien 10-12 minuten totdat ze gaan kleuren. Voeg de knoflook toe en bak nog 1 minuut. Strooi de bloem erover, schep om en bak nog 1 minuut. Klop de melk er geleidelijk door, zo krijg je een gebonden saus. Laat de saus in een paar minuten gaar worden en binden. 

Doe de boerenkool in een vergiet in de gootsteen en overgiet met een ketel kokendheet water. Schud de boerenkool droog en roer samen met 150 gram kaas en 1 theelepel nigellazaad door de saus. 

Prik de pompoen in om te zien of deze gaar is; stoom anders nog 5 minuten verder. Lepel het vruchtvlees eruit maar laat nog een beetje aan de schil zitten, zodat de helften goed hun vorm behouden. Prak het vruchtvlees met een vork, schep het door de kaassaus en maak af met zout en peper. Leg een vel aluminiumfolie op de bakplaat en zet de uitgeholde pompoenhelften hierop. Vul de helften met het boerenkool-kaasmengsel. Schep de broodblokjes om met wat olie en strooi ze erover. Strooi de rest van de kaas en het nigellazaad erover en laat 30 minuten gratineren in de oven. Serveer met gekookte rijst. 

Appelkruidkoek met Pecannoten

 
Voor een cakeblik van 1,5 liter

150 gram ongezouten boter
150 gram bruine basterdsuiker
150 gram golden syrup
200 ml melk
250 gram bloem
1 tl kaneel
1 tl gemberpoeder
1,5 theelepel bakpoeder
2 eieren, losgeroerd
75 gram pecannoten, grof gehakt
8 stukjes gekonfijte gember, fijngehakt
2 friszure appels, in blokjes


Verwarm de oven op 180 graden. Vet een cakevorm van 1,5 liter in en bekleed met bakpapier. Smelt de boter, suiker en stroop in een steelpan op matig tot laag vuur en roer glad. Roer de melk erdoor en laat afkoelen. 

Zeef de bloem met de kaneel, gemberpoeder en bakpoeder boven een kom. Maak een kuiltje in het midden en schenk hier het afgekoelde melkmengsel in. Meng dit met een garde. Spatel de eiren, pecannoten, gember en appel erdoor. 

Schep het beslag in de bakvorm en ban de kruidkoek 6-70 minuten of tot een in het midden ingestoken satépen er schoon uitkomt. Laat 5 minuten afkoelen in de bakvorm en stort de kruidkoek voorzichtig op een rooster. 
⚙ Beheer