Kaaskoekjes met karwij

Voor 30 stuks


75 gram oude kaas, parmezaan o.i.d. geraspt
40 gram pistachenoten, hazelnoten o.i.d. fijngehakt
60 gram bloem
40 gram semolina
2 eetlepels karwijzaad, grof gemalen
1 eigeel
1 theelepel bakpoeder
50 gram zachte boter
eventueel 1-2 eetlepels water

Meng alle ingrediënten en voeg eventueel wat water toe als het deeg te droog is. Rol tot 3mm uit tussen 2 bakpapiertjes. Laat in de koelkast opstijven. Steek rondjes van 5cm uit. Bak in +/- 10 minuten in een oven van 190 graden, onder- en bovenwarmte. 

Fattigman

Voor ongeveer 15 stuks

2 eidooiers
24 gram poedersuiker
1/2 theelepel gemalen kardemom
24 ml slagroom
1 eetlepel cognac
110 gram bloem
frituurolie, poedersuiker, kaneel

Doe de eidooiers met de poedersuiker en een snuf zout in een kom en klop met de mixer tot het mengsel dik en luchtig is. Voeg de kardemom, slagroom en cognac toe en klop kort door. Voeg tot slpt de bloem toe en kneed snel tot een deeg met de deeghaken van de mixer. Verpak in plasticfolie en laat een nacht rusten. 

Rol uit op een bebloemd oppervlak tot +/- 3mm. Maak ruiten van 4x10 cm en maak een snee in het midden van het koekje. Verwarm de olie tot 18-0 graden en bak ongeveer een minuut aan elke kant. Laat uitlekken en serveer met poedersuiker en kaneel. 



Maak eventueel een dip van roomkaas met jam, of ganache. 

Hazelnoot-koffiemacarons

Voor 20-25 macarons

Voor de praliné
125 gr hazelnoten
82,5 gram kristalsuiker
22,5 gram water

Rooster de noten zo’n 20 min in de oven op 165°C. Breng intussen de suiker en water aan de kook tot deze een siroop vormt en 121°C bereikt. Voeg de hazelnoten toe van het vuur af en meng goed met een spatel. De suiker zal nu kristalliseren en weer droog/zanderig worden. Zet de pan nu weer terug op middelhoog vuur en blijf rustig roeren tot de suiker karamelliseert en mooi lichtbruin is geworden.
Stort het geheel uit op een bakplaat met bakpapier of siliconen matje en laat op kamertemperatuur uitharden en afkoelen. Als het eenmaal hard is geworden kun je het in grove stukken breken. Deze doe je vervolgens in een foodprocessor en mix je tot een gladde pasta. Eerst zal het droog lijken, maar rustig aan zullen de oliën uit de noten komen en voor een steeds fijnere pasta zorgen, vergelijkbaar met een dunne pindakaas. De hazelnootpraliné is klaar als alles goed fijn gemengd is en weer redelijk vloeibaar is geworden. Bewaar in de koelkast in een jampotje. 

Voor de ganache
135 gram witte chocolade
1,8 gram oploskoffie (1 zakje)
85 gram slagroom
12 gram invertsuiker
30 gram hazelnootpraliné 

Doe de room, oploskoffie, de invertsuiker en de praliné in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Meng met een staafmixer. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit
1/2 theelepel cacaopoeder

40 gram water
130 gram suiker
50 gram eiwit, op kamertemperatuur

klein handje gehakte hazelnoten

Bekleed de grote bakplaat met bakpapier. Rondjes tekenen kan, maar is niet nodig. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, cacao en de poedersuiker. Doe 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel - de witte spatel van de Magimix is daar het beste voor. 

Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in het kleinste steelpannetje. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Roer af en toe om te zorgen dat het suiker goed opgelost is. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop tussen 188 en121 graden is  haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten, heel langzaam, druppel per druppel. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld - dat hoeft niet op de hoogste stand. Je zoekt voor een temperatuur onder de 45 graden. 

Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Bestrooi eventueel met gehakte hazelnoten. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven.

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). 
Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. Schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje.  Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Kokosmakronen

Voor stuks

100 gram eiwit
100 gram suiker
90 gram witte basterdsuiker
snuf zout
100 gram geraspte kokos
45 gram bloem
12 ouwelrondjes van 7 centimeter doorsnee, gladde kant onder

Verwarm de oven voor op 170 °C (hete lucht). Bekleed een bakplaat met bakpapier en leg de ouwelrondjes erop.

Doe de eiwitten, beide soorten suikers en het zout in een vuurvaste kom en zet deze op een pan met kokend water. Zorg ervoor dat de kom het water niet raakt. Verwarm het mengsel al roerend tot ongeveer 60 °C. Haal de kom van de bain-marie en voeg de kokosrasp en bloem toe. Laat het mengsel zo’n 10 minuten afkoelen en roer het daarbij regelmatig door.

Doe het beslag in een spuitzak met een glad spuitmondje van 15 millimeter. Spuit op elk ouwelrondje een schijf van het beslag die niet te dicht in de buurt van de rand komt, want het mengsel loopt nog veel uit. Zorg dat de rondjes ver genoeg uit elkaar liggen.

Bak de kokosmakronen met ouwel 8 minuten op 175 graden hete lucht en 7 minuten onder en bovenwarmte  tot ze licht goudbruin zijn. Eventueel halverwege omdraaien. Laat ze afkoelen op een rooster.


Madeleines


Voor 12 kleine madeleines

1 ei
47 gram fijne kristalsuiker
1 theelepel honing
1/2 theelepel vanille
snufje zout
58 gram bloem
1/2 theelepel bakpoeder
45 gram roomboter
10 ml volle melk

Maak een beurre noisette van de boter en laat een beetje afkoelen. Probeer een deel van het bezinksel achter te laten. Klop de eieren met de suiker, honing, vanille en zout luchtig. Voeg bloem en bakpoeder toe en als laatste de boter en de melk. Doe in een witte spuitzak en laat tenminste 1 uur in de koelkast rusten. Beboter de vorm en zet ook even in de koelkast.

Verwarm de oven (onder- en bovenwarmte) op 220 graden (200?). Verdeel het beslag over de vormpjes en zet in de oven voor 4 minuten. Verlaag dan de temperatuur naar 200 (175?) en bak nog 3-5 minuten. Haal de madeleines direct uit de vorm en laat afkoelen op een rooster. 

Oscar Felix Koekjes

Voor 15 koekjes 

125 gram bloem
14 gram geklutst ei (rest om koekjes te bestrijken)
een snuf zout zout
92,5 gram boter, op kamertemperatuur
62,5 gram witte basterdsuiker
rasp van 1/2 citroen
½ theelepel vanille
100 gram amandelschaafsel of amandelstiftjes
62,5 gram pure chocolade
50 gram slagroom
5,6 gram invertsuiker

Maak het deeg door alle ingrediënten bij elkaar in een kom te doen en te kneden tot een egaal deeg. Leg minstens een uur in de koelkast. Rol uit tot +/- 5-6 mm dikte en steek egeltjes uit. Markeer de oren, ogen, neus en mond en versier met amandelen. Zet even terug in de koelkast. 
Verwarm de oven op 175 graden (hete lucht). Leg de koekjes op de bakplaat, bestrijk de hoofdjes met ei en bak voor ongeveer 10 minuten. Versier na afkoelen met ganache de egeltjes.  



Citroenmacarons

Voor ongeveer 20-25 stuks 

Voor de ganache
100 gram slagroom  
160 gram witte chocolade, fijngehakt 
schil van 1 citroen
2,5 eetlepels citroensap
13,5 gram invertsuiker

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit

40 gram water
135 gram suiker
50 gram eiwit

kleurstofpoeder (geel)
+/- 100 gram lemon curd

Voor de ganache
Doe de room met de citroenschil en invertsuiker in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Laat even staan en pureer dan goed met de staafmixer. Voeg daarna de citroensap toe. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Dit kan op de grote bakplaat - 6 rijen met 5 rondjes, 5 rijen met 4 rondjes. Beter nog op 2 bakplaten. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel en de poedersuiker. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg ook de kleurstof toe. Ga voor een heldere gele kleur en houd er rekening mee dat er heel veel wit bij komt. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. Schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit een ring ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje. Spuit in het midden een lepeltje lemon curd. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Frambozenmacarons

Voor ongeveer 25 macarons

Voor de ganache (meer?)
135 gram witte chocolade, fijngehakt
55 gram frambozenpuree, gemaakt van 125 gram bevroren frambozen, die gepureerd en gezeefd zijn en daarna gemengd met een halve eetlepel citroensap 
30 gram slagroom
11,5 gram invertsuiker

Jam, gemaakt van de overige frambozenpuree, met een klein schepje suiker even goed door gekookt en daarna afgekoeld

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit

40 gram water
135 gram suiker
50 gram eiwit

kleurstofpoeder (rood)

Voor de ganache
Doe de room met de fruitpuree en invertsuiker in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Laat even staan en pureer dan met een staafmixer. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Dit kan op de grote bakplaat - 6 rijen met 5 rondjes, 5 rijen met 4 rondjes. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, poedersuiker en vanille. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg ook de kleurstof toe. Voeg voldoende toe en houd er rekening mee dat er heel veel wit bij komt. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje in een ring, zodat de jam in het midden kan worden gespoten. Er mag best veel ganache per koekje. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Pistachemacarons

Voor ongeveer 20-25 stuks 

Voor de ganache
100 gram slagroom  (85)
160 gram witte chocolade, fijngehakt (135)
15-20 gram pistachepasta (15)
14 gram invertsuiker

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
1 theelepel vanille 
50 gram eiwit

40 gram water
135 gram suiker
50 gram eiwit

kleurstofpoeder (groen, blauw en zwart)

Voor de ganache
Doe de room in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Roer totdat het glad is en voeg daarna de pistachepasta toe. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Dit kan op de grote bakplaat - 6 rijen met 5 rondjes, 5 rijen met 4 rondjes. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, poedersuiker en vanille. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg ook de kleurstof toe. Ga voor een niet al te gifgroene kleur en houd er rekening mee dat er heel veel wit bij komt. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze an 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Klop de ganache zachtjes op totdat hij dik wordt. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Macarons met witte chocolade

Voor 25 stuks

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
1 theelepel vanille (optioneel)
50 gram eiwit

40 gram water
125 gram suiker
50 gram eiwit

Voor de ganache
1 theelepel vanille
100 gram slagroom (30% vet)
160 gram witte chocolade


Voor de ganache
Doe de room en de vanille in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Roer totdat het glad is. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en zet een nacht in de koelkast. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Het zou in principe op de bakplaat met kleine gaatjes moeten passen. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom. 
Schenk het water met de 125 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, poedersuiker en vanille. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze an 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Klop de ganache zachtjes op totdat hij dik wordt. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 
⚙ Beheer