Melanzane alla parmigiana

Voor 4 personen

1½kg aubergines
Fine salt
3 garlic cloves
2 tbsp olive oil, plus extra to grease and fry
2 x 400g tins good tomatoes, chopped or whole
150ml red wine
1 pinch sugar
½ tsp dried oregano
200g mozzarella (see step 7)
125g parmesan (see step 7)
50g breadcrumbs
1 handful basil leaves (optional)

Slice and salt the aubergines
Although most commercial aubergine varieties have had the bitterness bred out of them, it’s still worth salting them if you have time; it’s said to reduce the amount of oil they soak up, and it also seasons the dish from the inside out. Slice the aubergines thinly lengthways (about ½cm thick), sprinkle with salt and leave to drain in a colander for 30 minutes.

Meanwhile, peel and crush the garlic. Heat the olive oil in a medium saucepan over a medium heat, fry the garlic for a minute or so, until fragrant but not browned, then tip in the tomatoes and wine. Bring the pan to a boil, and, if you’ve used whole tinned tomatoes, roughly mash them to a pulp.

Cook down the sauce.
Turn down the heat until the sauce is just simmering, then add a pinch of sugar, a little salt and the oregano, and leave to bubble away gently for about 45 minutes, stirring occasionally. Puree the sauce until smooth (this is optional, but will make it go further, so it’s well worth the effort if you have a stick blender or similar).

Heat the oven to 180C (160C fan)/350F/gas 4. Rinse the aubergines under cold water and pat at least half dry with a tea towel or kitchen paper while you decide how healthy you’re feeling: if you want to save a few calories by blanching half the aubergines, stop there; if you’re happy to fry the lot, dry the rest and proceed to step 6.

If you’re going down the blanching route, bring a large pan of water to a boil, add the rinsed aubergine slices you didn’t bother to dry, leave to cook for two minutes, then scoop out and dry thoroughly (sorry, you don’t get to skip that bit). Set aside while you fry the rest.

Coat the bottom of a frying pan with oil (I use olive, but most will work) and set over a high heat.

Working in batches, fry the remaining aubergine slices (or all of them, if you didn’t blanch any earlier) in a single layer, and in batches if need be, until golden brown on both sides. Blot the cooked slices on paper towels.

Thinly slice the mozzarella (I think cooking mozzarella is best here, but you can use the fresh stuff, too) and grate the parmesan (other hard cheeses such as grana padano or pecorino can be substituted; some say the name of the dish has nothing to do with the cheese, anyway). Set aside a little parmesan for the top.

Missing out the step with just the tomato, and the cheese slicing.
Lightly grease a medium baking dish and spread a thin layer of tomato sauce over the base.

Top this with a layer of aubergines, packing them in tightly, followed by a layer of mozzarella, parmesan and seasoning. Repeat the layers until you’ve used up all the aubergine, finishing with a layer of tomato sauce (note: you may not need it all, so save any excess for pasta).

Toss the breadcrumbs with a little olive oil and the reserved parmesan, and sprinkle over the top of the dish.

Bake for about 30 minutes, until bubbling and browned on top, then leave to cool slightly, or completely, if you prefer. Before serving, sprinkle with torn fresh basil, if using. (Note: parmigiana reheats very well, but if you do so, cover it with foil or similar to prevent the top burning.)

Ovenschotel met kippenpoten, aardappel en paprika

1 persoon

Ingrediënten
2 kippenpoten
4 aardappels
1 rode paprika
1 rode ui
paar takjes rozemarijn
2 teentjes knoflook heel

Bereiding
Doe de kippenpoten in een ovenschaal en bestrooi ze aan beide kanten ruim met zout. Zet onafgedekt miniimaal 4 uur in de koelkast. Verwarm de oven voor op 200 graden hetelucht. Bestrooi de kip ruim met olie en wat peper en doe de rozemarijn en knoflook erbij. Bedek met aluminiumfolie en zet een half uur in de oven. Snijd intussen de aardappels, paprika en ui (in achten) grof en doe ze in een schaal met olie en peper en zout. Doe ze na het half uur bij de kip in de ovenschaal en laat afgedekt nog een half uur garen. Haal daarna de folie eraf, haal de rozemarijn eruit, roer de groenten goed door en leg de kippenpoten bovenop. Nog een half uur onafgedekt in de oven. Na een kwartier nog een keer roeren en de kip omdraaien. 

Cherrytomaatpasta

 voor 4 personen

Ingrediënten
3 eetlepels olijfolie
4 teentjes knoflook in plakjes gesneden
2 blikjes cherrytomaat (2x400ml)
360 gram maccheroni van de cecco
250 gram ricotta
150 ml slagroom
nootmuskaat geraspt
handvol basilicum gesneden
60 gram Parmezaanse kaas geraspt

Bereiding
Bak de knoflook kort in de olie. Voeg de blikjes tomaat toe en breng op smaak met zout, peper en eventueel een beetje suiker. Laat 15 minuten pruttelen. Kook de pasta 3 min in zout water. Meng de ricotta, slagroom en nootmuskaat in een schaaltje en voeg peper en zout toe. Haal de tomatensaus van het vuur en meng het met de gekookte pasta en basilicum.
Verdeel de pastasaus over 1 of 2 ovenschalen. Verdeel vervolgens het ricottamengsel in eetlepels over de saus en prik een aantal keer met de spatel in de saus om het ricotta mengsel een beetje met de rest van de pasta te mengen. Doe de parmezaanse kaas erover en vervolgens in de oven. 15-20 minuten in oven van 200 graden hetelucht

Pistache-ijs

200 ml slagroom
300 ml halfvolle melk
20 gram invertsuiker
3 eidooiers
100 gram suiker
30 pistachepasta

Verwarm de slagroom, melk en invertsuiker tot het kookt. Meng de eidooiers met de suiker. Meng de room door de eieren en zet weer terug op het vuur. Verwarm het op laag vuur en blijf roeren tot het mengsel dikker begint te worden.

Om te controleren of het goed is, doop je een spatel in de custard en trek je er met je vinger een streep doorheen; als de custard niet meer doorloopt, is deze goed. De temperatuur moet ongeveer 80 ᵒC zijn, laat het mengsel vooral niet koken. Haal de custard van het vuur en schenk deze (eventueel door een zeef) in een kom. Laat het mengsel afkoelen. Mix de pistachepasta erdoor, dit gaat het beste met een staafmixer of in een blender. Laat de ijsmix bij voorkeur een nacht rijpen in de koelkast. Giet de ijsmix de volgende dag in een ijsmachine en draai dit tot ijs.

Hazelnootijs

 200 ml slagroom

300 ml halfvolle melk
20 gram invertsuiker
3 eidooiers
100 gram suiker (minder?)
40 hazelnootpraline

Verwarm de slagroom, melk en invertsuiker tot het kookt. Meng de eidooiers met de suiker. Meng de room door de eieren en zet weer terug op het vuur. Verwarm het op laag vuur en blijf roeren tot het mengsel dikker begint te worden.

Om te controleren of het goed is, doop je een spatel in de custard en trek je er met je vinger een streep doorheen; als de custard niet meer doorloopt, is deze goed. De temperatuur moet ongeveer 80 ᵒC zijn, laat het mengsel vooral niet koken. Haal de custard van het vuur en schenk deze (eventueel door een zeef) in een kom. Laat het mengsel afkoelen. Mix de hazelnootpraliné erdoor, dit gaat het beste met een staafmixer of in een blender. Laat de ijsmix bij voorkeur een nacht rijpen in de koelkast. Giet de ijsmix de volgende dag in een ijsmachine en draai dit tot ijs.

Oude Kaassalade

80 gram oude kaas, grof geraspt
40 gram Griekse yoghurt
40 gram mayonaise
20 gram grove mosterd
1 flinke theelepel mosterdzaad
1 eetlepel bieslook, fijngesneden
flink wat peper, een beetje zout

Meng de ingrediënten.

Chocolademacarons

Voor 20 stuks

Voor de ganache
120 ml slagroom
1 eetlepel invertsuiker (of honing)
150 gram pure chocolade
27 gram boter, op kamertemperatuur
rasp van 1 sinaasappel

Doe de slagroom met de invertsuiker en de sinaasappelschil in een steelpan en breng deze aan de kook. Giet de hete room over de chocolade en roer tot alle chocolade is gesmolten. Voeg de boter toe en meng alles met een staafmixer tot een gladde ganache. Laat de ganache opstijven op kamertemperatuur of in de koelkast. 

Voor de macarons
50 gram eiwit
120 gram amandelmeel
120 gram poedersuiker
27 gram cacao

133 gram suiker
37 gram water
50 gram eiwit
snuf zout

Meng de 50 gram eiwit met het amandelmeel, de poedersuiker en de cacao tot een homogene massa. 
Doe het water met de suiker in het kleinste steelpannetje en zet op het vuur. Breng aan de kook en roer een aantal keer door zodat de suiker goed opgelost wordt. 
Doe de overige 50 gram eiwit in een glazen kom met een snuf zout. Begin op te kloppen als de suiker een temperatuur van 113 graden heeft bereikt. Zodra de suikersiroop een temperatuur van 118 graden heeft bereikt kan het vuur uit. Laat de ergste belletjes verdwijnen en schenk dat heel voorzichtig, druppel voor druppel, de suikersiroop bij de eiwitten. Blijf rusten kloppen totdat het mengsel ongeveer 45 graden of lager is.
Meng vervolgens eerst één derde van het eiwitmengsel bij de amandelmeel en meng goed. Voeg dan de rest van de eiwitten toe en blijf vouwen totdat het de juiste consistentie heeft bereikt.
Doe het mengsel in een groene spuitzak met een gladde spuitmond #9. Spuit op de grote zwarte bakplaat die met bakpapier is bekleed. Laat de macarons dan een half uur tot een uur drogen. 

Verwarm de oven op 150 graden hete lucht en bak ze in 13-15 minuten af. Haal ze direct met bakpapier van de plaat af en laat helemaal afkoelen. 

Vul de macarons met de chocoladevulling. 

Hazelnoot-koffiemacarons

Voor 20-25 macarons

Voor de praliné
125 gr hazelnoten
82,5 gram kristalsuiker
22,5 gram water

Rooster de noten zo’n 20 min in de oven op 165°C. Breng intussen de suiker en water aan de kook tot deze een siroop vormt en 121°C bereikt. Voeg de hazelnoten toe van het vuur af en meng goed met een spatel. De suiker zal nu kristalliseren en weer droog/zanderig worden. Zet de pan nu weer terug op middelhoog vuur en blijf rustig roeren tot de suiker karamelliseert en mooi lichtbruin is geworden.
Stort het geheel uit op een bakplaat met bakpapier of siliconen matje en laat op kamertemperatuur uitharden en afkoelen. Als het eenmaal hard is geworden kun je het in grove stukken breken. Deze doe je vervolgens in een foodprocessor en mix je tot een gladde pasta. Eerst zal het droog lijken, maar rustig aan zullen de oliën uit de noten komen en voor een steeds fijnere pasta zorgen, vergelijkbaar met een dunne pindakaas. De hazelnootpraliné is klaar als alles goed fijn gemengd is en weer redelijk vloeibaar is geworden. Bewaar in de koelkast in een jampotje. 

Voor de ganache
135 gram witte chocolade
1,8 gram oploskoffie (1 zakje)
85 gram slagroom
12 gram invertsuiker
30 gram hazelnootpraliné 

Doe de room, oploskoffie, de invertsuiker en de praliné in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Meng met een staafmixer. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit
1/2 theelepel cacaopoeder

40 gram water
130 gram suiker
50 gram eiwit, op kamertemperatuur

klein handje gehakte hazelnoten

Bekleed de grote bakplaat met bakpapier. Rondjes tekenen kan, maar is niet nodig. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, cacao en de poedersuiker. Doe 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel - de witte spatel van de Magimix is daar het beste voor. 

Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in het kleinste steelpannetje. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Roer af en toe om te zorgen dat het suiker goed opgelost is. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop tussen 188 en121 graden is  haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten, heel langzaam, druppel per druppel. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld - dat hoeft niet op de hoogste stand. Je zoekt voor een temperatuur onder de 45 graden. 

Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Bestrooi eventueel met gehakte hazelnoten. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven.

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). 
Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. Schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje.  Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Zoetzure Garnalen met Peultjes

Voor 2 personen

Voor de saus
50 gram sojasaus
50 gram mirin
35 gram rijstazijn
1/2 theelepel kippenbouillon
5 gram maizena
25 gram sesamolie
25 gram sambal (10 gram?)
10 gram ketchup
25 gram suiker

16 grote garnalen
1 kleine rode paprika, in kleine blokjes
200 gram peultjes, in drieën gesneden
5 gram gember, geraspt
5 gram knoflook, geraspt
3 bosuien, in ringetjes
100 gram witte rijst
olie

Meng de ingrediënten voor de saus. Kook de rijst volgens aanwijzingen op de verpakking. 
Verhit olie in een koekenpan en bak de garnalen met wat zout tot ze net niet gaar zijn. 
Haal ze uit de pan. Voeg nog wat olie toe en voeg de peultjes en paprika toe, met een klein beetje zout. Leg de deksel erop en laat +/- 2 minuten op hoof vuur garen. Voeg knoflook, gember en bosui toe en bak totdat het gaat geuren. Voeg de saus toe, zet het vuur laag en laat het sudderen totdat de saus voldoende is ingedikt. Doe de garnalen terug in de saus en serveer met de rijst.  

Van dit recept. 

Kokosmakronen

Voor stuks

100 gram eiwit
100 gram suiker
90 gram witte basterdsuiker
snuf zout
100 gram geraspte kokos
45 gram bloem
12 ouwelrondjes van 7 centimeter doorsnee, gladde kant onder

Verwarm de oven voor op 170 °C (hete lucht). Bekleed een bakplaat met bakpapier en leg de ouwelrondjes erop.

Doe de eiwitten, beide soorten suikers en het zout in een vuurvaste kom en zet deze op een pan met kokend water. Zorg ervoor dat de kom het water niet raakt. Verwarm het mengsel al roerend tot ongeveer 60 °C. Haal de kom van de bain-marie en voeg de kokosrasp en bloem toe. Laat het mengsel zo’n 10 minuten afkoelen en roer het daarbij regelmatig door.

Doe het beslag in een spuitzak met een glad spuitmondje van 15 millimeter. Spuit op elk ouwelrondje een schijf van het beslag die niet te dicht in de buurt van de rand komt, want het mengsel loopt nog veel uit. Zorg dat de rondjes ver genoeg uit elkaar liggen.

Bak de kokosmakronen met ouwel 8 minuten op 175 graden hete lucht en 7 minuten onder en bovenwarmte  tot ze licht goudbruin zijn. Eventueel halverwege omdraaien. Laat ze afkoelen op een rooster.


⚙ Beheer