Pecan Pie

Voor een springvorm van 26cm 

Voor het deeg
175 gr bloem
15 gr suiker
¼ tl zout
120 gr boter, koud en in blokjes van 1 cm
2-4 el water, koud

Voor de vulling
150 gr donkerbruine basterdsuiker
¼ tl zout
150 ml ahornsiroop
2 tl vanille-extract
3 eieren
60 gr boter, gesmolten
175 gr pecannoten, grof gehakt
75 gr halve pecannoten

Verwarm de oven voor op 180 °C (boven- en onderwarmte). Vet een springvorm van 26 centimeter en een hoogte van ongeveer 4 centimeter in met boter en bekleed met bakpapier.

Zet 15 minuten voordat je het deeg gaat maken de boter en het water in de vriezer, zodat ze goed koud zijn. Meng de bloem met de suiker en het zout in een kom. Voeg de blokjes koude boter toe. Wrijf de blokjes boter met je vingers door het bloemmengsel, tot het op grof broodkruim lijkt. Doe dit niet te lang, de boter mag niet te warm worden. Voeg het ijswater toe en kneed alles snel tot een deeg. Er mogen nog wat kleine stukjes boter in het deeg zitten, dat geeft het deeg een lekkere structuur. Verpak het deeg in plasticfolie en laat het minimaal 30 minuten rusten in de koelkast.

Rol het piedeeg op een licht bebloemd werkblad uit tot 3-4 millimeter dikte. Bekleed de vorm met het deeg en prik de bodem enkele keren in met een vork. Snijd of knip het overhangende deeg af, maar doe dit ruim zodat je een klein randje extra deeg overhoudt. Vouw die deegrand onder het deeg, zodat de bovenrand iets dikker is. Knijp de taartrand om de centimeter in, zodat er een soort golfmotief ontstaat in de rand.

Verkreukel een stuk bakpapier, leg dit uitgevouwen op het deeg en verdeel daar de blindbakvulling naar keuze over. Bak het deeg 15 minuten, verwijder het bakpapier en de blindbakvulling en bak de bodem nog 10-15 minuten, tot deze goudbruin is.

Doe voor de vulling de donkerbruine basterdsuiker met het zout in een kom en meng deze met een garde door elkaar. Voeg de ahornsiroop en het vanille-extract toe en meng vervolgens de eieren door het mengsel. Meng tot slot de gesmolten boter door de vulling.

Schep de grof gehakte pecannoten in de bakvorm over de gebakken bodem en spreid ze gelijkmatig uit. Giet de vulling eroverheen en decoreer dit vervolgens met de halve pecannoten. Bak de pecan pie op 180 °C in 30-40 minuten goudbruin. 

Dek de taart eventueel tegen het einde van de baktijd af met aluminiumfolie als de pecannoten bovenop te donker dreigen te worden. Laat de taart afkoelen in de vorm.

Hazelnoot-koffiemacarons

Voor 20-25 macarons

Voor de praliné
125 gr hazelnoten
82,5 gram kristalsuiker
22,5 gram water

Rooster de noten zo’n 20 min in de oven op 165°C. Breng intussen de suiker en water aan de kook tot deze een siroop vormt en 121°C bereikt. Voeg de hazelnoten toe van het vuur af en meng goed met een spatel. De suiker zal nu kristalliseren en weer droog/zanderig worden. Zet de pan nu weer terug op middelhoog vuur en blijf rustig roeren tot de suiker karamelliseert en mooi lichtbruin is geworden.
Stort het geheel uit op een bakplaat met bakpapier of siliconen matje en laat op kamertemperatuur uitharden en afkoelen. Als het eenmaal hard is geworden kun je het in grove stukken breken. Deze doe je vervolgens in een foodprocessor en mix je tot een gladde pasta. Eerst zal het droog lijken, maar rustig aan zullen de oliën uit de noten komen en voor een steeds fijnere pasta zorgen, vergelijkbaar met een dunne pindakaas. De hazelnootpraliné is klaar als alles goed fijn gemengd is en weer redelijk vloeibaar is geworden. Bewaar in de koelkast in een jampotje. 

Voor de ganache
135 gram witte chocolade
1,8 gram oploskoffie (1 zakje)
85 gram slagroom
12 gram invertsuiker
30 gram hazelnootpraliné 

Doe de room, oploskoffie, de invertsuiker en de praliné in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Meng met een staafmixer. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit
1/2 theelepel cacaopoeder

40 gram water
130 gram suiker
50 gram eiwit, op kamertemperatuur

klein handje gehakte hazelnoten

Bekleed de grote bakplaat met bakpapier. Rondjes tekenen kan, maar is niet nodig. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, cacao en de poedersuiker. Doe 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel - de witte spatel van de Magimix is daar het beste voor. 

Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in het kleinste steelpannetje. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Roer af en toe om te zorgen dat het suiker goed opgelost is. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop tussen 188 en121 graden is  haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten, heel langzaam, druppel per druppel. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld - dat hoeft niet op de hoogste stand. Je zoekt voor een temperatuur onder de 45 graden. 

Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Bestrooi eventueel met gehakte hazelnoten. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven.

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). 
Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. Schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje.  Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Madeleines


Voor 12 kleine madeleines

1 ei
47 gram fijne kristalsuiker
1 theelepel honing
1/2 theelepel vanille
snufje zout
58 gram bloem
1/2 theelepel bakpoeder
45 gram roomboter
10 ml volle melk

Maak een beurre noisette van de boter en laat een beetje afkoelen. Probeer een deel van het bezinksel achter te laten. Klop de eieren met de suiker, honing, vanille en zout luchtig. Voeg bloem en bakpoeder toe en als laatste de boter en de melk. Doe in een witte spuitzak en laat tenminste 1 uur in de koelkast rusten. Beboter de vorm en zet ook even in de koelkast.

Verwarm de oven (onder- en bovenwarmte) op 220 graden (200?). Verdeel het beslag over de vormpjes en zet in de oven voor 4 minuten. Verlaag dan de temperatuur naar 200 (175?) en bak nog 3-5 minuten. Haal de madeleines direct uit de vorm en laat afkoelen op een rooster. 

Oscar Felix Koekjes

Voor 15 koekjes 

125 gram bloem
14 gram geklutst ei (rest om koekjes te bestrijken)
een snuf zout zout
92,5 gram boter, op kamertemperatuur
62,5 gram witte basterdsuiker
rasp van 1/2 citroen
½ theelepel vanille
100 gram amandelschaafsel of amandelstiftjes
62,5 gram pure chocolade
50 gram slagroom
5,6 gram invertsuiker

Maak het deeg door alle ingrediënten bij elkaar in een kom te doen en te kneden tot een egaal deeg. Leg minstens een uur in de koelkast. Rol uit tot +/- 5-6 mm dikte en steek egeltjes uit. Markeer de oren, ogen, neus en mond en versier met amandelen. Zet even terug in de koelkast. 
Verwarm de oven op 175 graden (hete lucht). Leg de koekjes op de bakplaat, bestrijk de hoofdjes met ei en bak voor ongeveer 10 minuten. Versier na afkoelen met ganache de egeltjes.  



Citroenmacarons

Voor ongeveer 20-25 stuks 

Voor de ganache
100 gram slagroom  
160 gram witte chocolade, fijngehakt 
schil van 1 citroen
2,5 eetlepels citroensap
13,5 gram invertsuiker

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit

40 gram water
135 gram suiker
50 gram eiwit

kleurstofpoeder (geel)
+/- 100 gram lemon curd

Voor de ganache
Doe de room met de citroenschil en invertsuiker in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Laat even staan en pureer dan goed met de staafmixer. Voeg daarna de citroensap toe. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Dit kan op de grote bakplaat - 6 rijen met 5 rondjes, 5 rijen met 4 rondjes. Beter nog op 2 bakplaten. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel en de poedersuiker. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg ook de kleurstof toe. Ga voor een heldere gele kleur en houd er rekening mee dat er heel veel wit bij komt. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. Schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit een ring ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje. Spuit in het midden een lepeltje lemon curd. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Swiss Roll

Voor 10 personen

5 eieren
90 gram bloem
3 gram bakpoeder
125 gram suiker + extra voor garnering
150 gram frambozenjam
2 theelepels vanillepasta
400 ml slagroom (+ 2 eetlepels suiker)
125 gram frambozen 
munt of pistache voor garnering

Verwarm de oven op 170 graden boven- en onderwarmte. Bekleed een bakvorm van 25x38 met bakpapier. Zorg dat de randen goed bedekt zijn. Meng de eieren, suiker en 1 theelepel vanille in een kom tot luchtig. Vouw de bloem en bakpoeder erdoor. Giet in de vorm en strijk glad. Laat 10-13 minuten bakken. Leg een vochtige theedoek neer en bestrooi met wat suiker. Leg het biscuit erop met de lange kant naar je toe, haal het bakpapier eraf en rol strak op. Laat even zitten en haal dan uit de theedoek en laat op een bord helemaal afkoelen.

Bestrijk het biscuit met een dikke laag frambozenjam. Klop de slagroom met een theelepel vanille en de suiker dik en stevig. Verdeel een dikke laag over het biscuit. Verdeel de verse frambozen over het biscuit, bewaar een paar voor de garnering. Rol op en zorg dat de naad aan de onderkant zit. Maak quenelles van de slagroom (of spuit het) op de rol en garneer met frambozen, takjes munt en pistache. 

Van dit recept. 

Frambozenmacarons

Voor ongeveer 25 macarons

Voor de ganache (meer?)
135 gram witte chocolade, fijngehakt
55 gram frambozenpuree, gemaakt van 125 gram bevroren frambozen, die gepureerd en gezeefd zijn en daarna gemengd met een halve eetlepel citroensap 
30 gram slagroom
11,5 gram invertsuiker

Jam, gemaakt van de overige frambozenpuree, met een klein schepje suiker even goed door gekookt en daarna afgekoeld

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
50 gram eiwit

40 gram water
135 gram suiker
50 gram eiwit

kleurstofpoeder (rood)

Voor de ganache
Doe de room met de fruitpuree en invertsuiker in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Laat even staan en pureer dan met een staafmixer. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Dit kan op de grote bakplaat - 6 rijen met 5 rondjes, 5 rijen met 4 rondjes. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, poedersuiker en vanille. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg ook de kleurstof toe. Voeg voldoende toe en houd er rekening mee dat er heel veel wit bij komt. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze dan 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Roer de ganache door. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje in een ring, zodat de jam in het midden kan worden gespoten. Er mag best veel ganache per koekje. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Pistachemacarons

Voor ongeveer 20-25 stuks 

Voor de ganache
100 gram slagroom  (85)
160 gram witte chocolade, fijngehakt (135)
15-20 gram pistachepasta (15)
14 gram invertsuiker

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
1 theelepel vanille 
50 gram eiwit

40 gram water
135 gram suiker
50 gram eiwit

kleurstofpoeder (groen, blauw en zwart)

Voor de ganache
Doe de room in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Roer totdat het glad is en voeg daarna de pistachepasta toe. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en laat buiten de koelkast een nacht opstijven. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Dit kan op de grote bakplaat - 6 rijen met 5 rondjes, 5 rijen met 4 rondjes. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom en zet deze op een vaatdoek. Schenk het water met de 130 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, poedersuiker en vanille. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg ook de kleurstof toe. Ga voor een niet al te gifgroene kleur en houd er rekening mee dat er heel veel wit bij komt. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten, ongeveer 3-4 seconden per macaron. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze an 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Klop de ganache zachtjes op totdat hij dik wordt. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Appel Galette

Deeg

200 gram bloem
20 gram suiker
3 gram zout
150 gram boter, koud en in blokjes
65 gram ijskoud water

Vulling
450 gram appels, geschild en in dunne plakjes
50 gram suiker
15 gram maizena
2 gram zout
3 gram kaneel
1 gram nootmuskaat
5 gram citroensap

Ei, geklutst met wat water
Rietsuiker
Boter

Doe de bloem, suiker en zout in de keukenmachine en mix totdat het gemengd is. Voeg de boter toe en pulse totdat het een kruimelige textuur heeft. Voeg het water toe en puls totdat het samenkomt. Laat een uur in de koelkast rusten. 

Meng alle ingrediënten voor de vulling voorzichtig. 

Verhit de oven op 190 graden (hete lucht). Rol het deeg uit tot een cirkel van 35cm. Verdeel de appels over het midden en vouw het deeg om de vulling heen. Bestrijk het deeg met het ei en bestrooi met rietsuiker. Verdeel wat blokjes boter over de appels. Bak 25-35 minuten. 



Lemon Bars

Voor een ronde bakvorm van 18cm diameter
(of een rechthoek van 10x20cm)

Voor het deeg
65 gram bloem
30 gram poedersuiker
0,5 gram zout
2 gram citroenrasp
75,5 gram koude boter, in blokjes

Voor de vulling
135 gram suiker
75 gram ei (ongeveer 1,5 ei)
67,5 gram eidooier (ongeveer van 4 eieren)
4 gram citroenrasp
snuf zout
155 gram citroensap (ongeveer 4 citroenen)

Verwarm de oven op 180 graden (hete lucht) met het rek in het midden van de oven. Bekleed een bakvorm met bakpapier, bodem en zijkanten. Voeg de ingrediënten voor het deeg toe aan de kleinste kom van de Magimix met het hakmes en puls tot een kruimelig deeg, ongeveer 12 1-seconde pulses. Strooi uit in de bakvorm, verdeel en druk stevig plat en egaal. Bak 10 minuten in de oven totdat het heel licht gebruind en stevig is. Gebruik direct of laat afkoelen. 

Voeg de suiker, ei, eidooier, citroenrasp en zout aan de pan toe. Voeg al roerend de citroensap toe. Kook totdat het 77 graden is. Giet door een zeef over de bodem. Laat afkoelen in de koelkast. 


Meer deeg in verhouding? Gelatine aan custard toevoegen - in dat geval custard iets warmer laten worden. 
⚙ Beheer