Macarons met witte chocolade

Voor 25 stuks

Voor de macarons
125 gram amandelmeel
125 gram poedersuiker
1 theelepel vanille (optioneel)
50 gram eiwit

40 gram water
125 gram suiker
50 gram eiwit

Voor de ganache
1 theelepel vanille
100 gram slagroom (30% vet)
160 gram witte chocolade


Voor de ganache
Doe de room en de vanille in een pannetje en breng aan de kook. Hak de chocolade fijn en giet de hete room over de chocolade. Roer totdat het glad is. Doe in een kommetje, bedek met gladfolie en zet een nacht in de koelkast. 

Voor de macarons
Teken ongeveer 50 rondjes van 3cm doorsnede op bakpapier. Het zou in principe op de bakplaat met kleine gaatjes moeten passen. Gebruik een dikke stift en draai het bakpapier dan om. 

Verwarm de oven op 150 graden (hete lucht). Doe de 50 gram eiwitten in een grote glazen kom. 
Schenk het water met de 125 gram suiker in een steelpan. Zet op het vuur en steek na een aantal minuten een suikerthermometer erin. Als de suiker 114 graden in, begin dan de eiwitten op hoge snelheid te kloppen totdat het stijf is. Als de suikersiroop 121 graden is (iets heter mag ook) haal dan de siroop van het vuur en wacht totdat er minder belletjes zichtbaar zijn. Giet dan de siroop bij de eiwitten. Blijf kloppen totdat de meringue is afgekoeld. 

Meng in een plastic kom het amandelmeel, poedersuiker en vanille. Doe de overige 50 gram eiwitten bij het amandelmeel en meng goed met een spatel. Voeg dan een derde van de meringue toe en meng goed met de spatel. Meng de rest van de meringue erdoor terwijl je het mengsel wat plet met de spatel. Bij de juiste consistentie loopt het beslag van de spatel er enigszins af, maar het is niet vloeibaar.  

Maak een spuitzak klaar met een gladde spuitmond van 9mm in doorsnede. Vul de spuitzak en spuit macarons op het bakpapier. Er kan best veel beslag per macaron worden gespoten. Laat de macarons uitdrogen totdat de schelpen aangeraakt kunnen worden zonder dat beslag blijft kleven. 

Zet ze an 12 minuten in de oven en haal de macarons met bakpapier van de bakplaat af om uitdrogen te voorkomen. schik de schelpen in de paren die mooi bij elkaar passen. 

***

Klop de ganache zachtjes op totdat hij dik wordt. Vul een spuitzak met spuitmondje 12 en spuit de ganache op het onderste koekje. Er mag best veel ganache per koekje. Leg het bovenste koekje erop en druk aan. Zet de macarons nog 24 uur in de koelkast en bewaar daarna in de koelkast. 

Gember-boterkoek


Voor 1 boterkoek-bakvorm

300 gram roomboter, zicht
100 gram kristalsuiker
100 gram witte basterdsuiker
snufje zout
300 gram bloem
1 ei
120 gram gember, fijngesneden

Meng de boter met de twee soorten suiker en het zout. Kneed de bloem door het deeg en verpak in plasticfolie. Zet minstens 1 uur in de koelkast. Verwarm de oven op 200 graden (hete lucht). Verdeel het deeg in 2 helften. Verdeel 1 helft over de vorm en verdeel de gember erover. Dek af met de tweede helft deeg en druk goed aan. Maak met een vork een ruitjespatroon in het deeg en bestrijk met het ei. Bak de koek 20-30 minuten. 

Kan in de vierkante bakvorm (wel een plaat eronder voor het lekker van boter) voor 25 minuten. 

Blueberry Muffins

Voor 8-10 stuks 

1 ei
1 eidooier
105 gram suiker
112 gram sour cream
75 gram karnemelk
1,5 gram vanille
25 gram zonnebloemolie
25 gram gesmolten boter
187,5 gram bloem
4 gram zout
6 gram bakpoeder
2 gram baking soda
140 gram blauwe bessen
citroensuiker (+/- 30 gram suiker + rasp van 1 citroen)
muffinvorm + 8-10 papieren muffinvormpjes

Mix de ei met het suiker. Voeg de sour cream, karnemelk, vanille, olie en boter toe. Mix totdat het goed gemengd is. Meng in een andere kom de bloem, zout, bakpoeder en baking soda. Vouw de droge ingrediënten door de natte ingrediënten, tegelijkertijd met de blauwe bessen. Doe een flinke lepel beslag in elk vormpje, die mag helemaal vol zitten met een kop erop. Bestrooi het beslag met de citroensuiker. Bak voor 25-28 minuten in een oven op 175 graden (hete lucht). 

Sprits


Voor ongeveer 15 kleine spritsen

170 gram boter, heel zacht
100 gram basterdsuiker
2 gram zout
1 zakje vanillesuiker
schil van 1 citroen
2 theelepels eidooier
3,3 gram bakpoeder
200 gram bloem

Klop de boter met de suiker, zout, vanillesuiker en citroenrasp zacht en romig. Klop de dooier erdoor en vervolgens de bloem en bakpoeder. Bestrooi een bakplaat met bloem en spuit op een afzonderlijk plankje spritsen. Zet eventueel in de koelkast om op te stijven. Leg ze vervolgens op de bakplaat en bak 15 minuten in de oven op 160 graden hetelucht. 

Battenberg Cake

Voor 1 cake

Voor de cakes
175 gram zachte boter
175 gram rietsuiker
140 gram bloem
4,2 gram bakpoeder + 1/2 theelepel
59 gram amandelmeel
3 eieren
1/2 theelepel vanille
rasp van 1 citroen
rode kleurstof
+/- 5 eetlepels abrikozenjam
500 gram marsepein
poedersuiker

Verwarm de oven op 180 graden (onder- en bovenwarmte). Verdeel een vierkante bakvorm in 2 vakken van ongeveer 20x10cm. Doe de boter met de suiker, bloem, amandelmeel, bakpoeder, eieren, vanille en citroenrasp in een kom. Klop totdat het mengsel samenkomt. Verdeel het deeg in tweeën (ongeveer 508 gram - checken!). Voeg aan de ene helft rode kleurstof toe. Doe het beslag in de vormen en bak 25-30 minuten. Laat goed afkoelen. 

Verwarm de jam. Verdeel de cakes in 2 vierkanten stroken elk. Rol de marsepein met poedersuiker tot ongeveer 1/2 cm dikte. Bestrijk met abrikozenjam en leg een strook cake erop. Bestrijk de cake met jam en leg een andere er tegenaan. Bestrijk de bovenkant van de cake met jam en leg de resterende 2 stroken bovenop. Bestrijk de marsepein rondom goed met jam en vouw netjes en strak om de cake heen. Laat de naden samenkomen op een hoek en werk netjes af met een vork. Maak van de overblijfselen een extra battenberg cake. 

Chocoladetaart


Voor een vorm van ø17cm

100 gram melkchocolade
100 gram ongezouten roomboter
100 gram crème fraîche
100 gram tarwebloem
1/2 eetlepel bakpoeder
1 eetlepel cacaopoeder
½ tl zout
2 middelgrote eieren
100 gram kristalsuiker
200 gram pure chocolade 
125 ml verse slagroom
25 gram poedersuiker
Versiering

Verwarm de oven voor op 165 °C (hete lucht). Breek de melkchocolade in stukjes. Doe met de boter en crème fraîche in een vuurvaste kom en laat in een pan kokend water smelten (au bain-marie). De kom mag het water niet raken. Haal de kom uit de pan, roer met een garde en laat afkoelen tot lauwwarm.

Bekleed ondertussen de bodem van de springvorm met bakpapier, vet de rand in met boter en bestuif met een beetje bloem. Zeef de bloem, bakpoeder, cacao en het zout in een kom en meng door elkaar. Klop in een andere kom de eieren en suiker met een garde tot een glad en luchtig mengsel. Meng het chocolademengsel met een garde door de eieren. Voeg het bloemmengsel toe en roer door tot een glad beslag.

Giet het cakebeslag in de springvorm en bak ca. 35-40 min. in het midden van de oven. Steek na 35 min. de satéprikker in het midden van de cake. Als de prikker er schoon uitkomt is de cake gaar. Laat de taart afkoelen, haal na 20 min. uit de vorm.

Maak ondertussen de ganache. Breek de pure chocolade in stukken, meng met de slagroom in een vuurvaste kom, zet op een pan kokend water en laat smelten (au bain-marie). De kom mag het water niet raken. Roer voorzichtig door met een garde, haal van het vuur en laat helemaal afkoelen. Klop de poedersuiker er met een garde door en zet eventueel even in de koelkast. 

Snijd de cake horizontaal doormidden. Besmeer de onderste helft met ⅓ van de ganache. Leg de bovenste helft erop en besmeer alleen de bovenkant van de taart rijkelijk met de rest van de ganache, in mooie pieken. Bestrooi met versieing.

Cake en ganache kunnen van tevoren worden gemaakt. De taart is enkele dagen goed in de koelkast. 

Paleisbanket

Voor ongeveer 30 stuks

300 gram amandelspijs
1 ei
1 eidooier
rasp van 1/2 citroen
1,5 eetlepel frambozenjam
1,5 eetlepel abrikozenjam
50 gram fondant
rode kleurstof en/of een paar stuks rood fruit
eventueel ouwelpapier

Klop de amandelspijs los en voeg daarna de citroenrasp, het ei en de eidooier toe. Het deeg moet glad en spuitbaar zijn. Doe het deeg in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje van 11mm. Bekleed een bakplaat met bakpapier en leg daarop de ouwelvellen. Spuit 2 lange banen deeg naast elkaar zodat ze elkaar net raken. Spuit op deze manier nog 2 afzonderlijke setjes deeg. Laat 2 uur drogen op kamertemperatuur. 

Verwarm de oven op 225 graden (boven- en onderwarmte). Bak het paleisbanket voor ongeveer 10 minuten zodat de bovenkant mooi goudbruin is. Duw direct als het paleisbanket uit de oven komt een gleuf tussen elk setje banen, zodat er ruimte voor de jam en fondant ontstaat. Duw niet te diep, dan vallen de koekjes uit elkaar. Verwarm de abrikozenjam en bestrijk de koekjes hiermee. Snijd eventueel het teveel aan ouwel weg en spuit de frambozenjam op de koekjes. 

Verwarm intussen de fondant au bain marie (verdun eventueel met een klein beetje kokend water) en breng op kleur met wat kleurstof of wat gepureerd, gezeefd fruit. Doe over in een spuitzakje en spuit mooie banen over de koekjes. Zorg ervoor dat de fondant niet té vast is, dat zorgt niet voor mooie banen. Snijd als laatste de koek in stukjes van 2 cm. 

* Ouwel is niet noodzakelijk, maar maakt het wel makkelijker. Gebruik eventueel bakpapier en brand de onderkant van het paleisbanket met een crème bruléebrander zodat het niet teveel plakt. 
* Paleisbanket wordt vaak gebakken op krantenpapier. Dat zorgt er echter wel voor dat de onderkant nauwelijks gaar wordt. Eventueel 2 vellen bakpapier en ouwel. 

Weespermoppen

Voor 20 koekjes

150 gram amandelmeel
150 kristalsuiker
1 ei
rasp van 1/2 citroen
+ extra suiker voor garneren

Doe het amandelmeel en de 150 gram suiker in een kom en voeg het ei en de citroenrasp toe. Roer of kneed het tot een soepel spijs en wikkel in vershoudfolie. Leg minstens een uur in de koelkast, maar een nachtje is nog beter, om het spijs te laten rusten.

Halveer het amandelspijs en maak er twee dunne rollen van ongeveer 20 cm elk. Leg een 1-2 uur in de vriezer zodat er mooie plakjes van te snijden zijn. Strooi suiker over je werkblad en rol elke rol door het suiker. Op deze manier plakt de spijs niet aan je handen en krijgen je weespermoppen een mooi suikerlaagje.

Snijd de worst in plakken van 2 cm dik en duw beide snijvlakken nog even in de suiker. Plaats op een met bakpapier beklede bakplaat en bak in een voorverwarmde oven van 200 °C (boven- en onderwarmte) voor 10-15 minuten of tot ze een goudbruin randje hebben gekregen. Laat afkoelen op een rooster.

Bokkenpootjes

Voor 30-40 stuks

5 eiwitten (+/- 150 gram)
¼ tl zout
170 gram suiker
140 gram amandelmeel
60 gram poedersuiker
35 gram bloem
60 gram amandelschaafsel (een beetje gehakt)

Voor de vulling
150 gram boter, op kamertemperatuur
40 gram poedersuiker
150 gram banketbakkersroom (teveel)
1½ eetlepel amandellikeur

200 gram pure chocolade, getempereerd 

Voor de banketbakkersroom
250 ml melk
1 theelepel vanille
50 gr suiker
1 eidooiers
23 gram maïzena

Verwarm de oven voor op 180 °C (onder- en bovenwarmte). Bekleed 2 bakplaten met bakpapier. 

Doe het eiwit met het zout in een kom en klop deze op. Voeg tijdens het kloppen geleidelijk de suiker toe. Klop door tot het eiwit stijf is en de suiker is opgelost. Meng in een andere kom het amandelmeel, de poedersuiker en de patentbloem. Spatel dit mengsel beetje bij beetje door het opgeklopte eiwit en probeer daarbij de luchtigheid zoveel mogelijk te behouden. Doe het mengsel in een spuitzak met een glad spuitmondje van 1 tot 1,5 centimeter doorsnede. Spuit op een met bakpapier beklede bakplaat ongeveer 60 staafjes van ongeveer 6 centimeter lang. Druk de opstaande puntjes met een natte vinger plat. Bestrooi de staafjes met de geschaafde amandelen en bak de koekjes 14 tot 19 minuten tot ze lichtbruin zijn.

Klop de boter met de poedersuiker romig en voeg dit vervolgens geleidelijk aan de banketbakkersroom toe. Als het mengsel gaat schiften is het iets te koud; verwarm dan de kom even au bain-marie en klop vervolgens verder. Voeg als laatste eventueel de likeur toe en klop dit goed door de crème. Doe de crème in een spuitzak met een glad spuitmondje en spuit het op de platte kanten van de helft van het aantal staafjes. Plak de andere helften erop en laat de vulling kort opstijven in de koelkast.

Doop de bokkenpootjes met beide uiteinden in de getempereerde chocolade en leg ze op bakpapier om hard te laten worden.

Banketbakkersroom
Giet 225 ml melk in een pan en voeg de vanille toe. Breng alles aan de kook. Doe de overige melk (25ml) met de suiker en de eidooiers in een kom en klop dit goed door elkaar. Klop als laatste de maïzena erdoor en maak er een mooi glad papje van. Giet als de melk kookt al roerend de helft van de hete melk op het suikermengsel. Roer het goed door. Giet dit mengsel vervolgens bij de melk in de pan en breng alles onder voortdurend roeren aan de kook. Het mengsel zal gaan binden en dikker worden. Blijf de hele tijd roeren. Laat het mengsel 1 tot 2 minuten zachtjes doorkoken. Giet de banketbakkersroom in een lage platte schaal (koelt sneller af) en dek deze af met plasticfolie. Zorg ervoor dat het folie direct op de room ligt, zodat er geen velvorming kan plaatsvinden. Laat de room eerst wat afkoelen op het aanrecht en zet de kom daarna tot gebruik in de koelkast. Klop het geheel voor gebruik kort door tot een gladde en romige banket bakkersroom.

* Banketbakkersroom kan ingevroren worden

Hazelnoottaart

Voor 1 taart van ø23cm

Voor het schuim
125 gram blanke hazelnoten
4 eiwitten
¼ theelepel zout
200 gram fijne suiker
100 gram poedersuiker
15 gram maïzena

Voor de vulling 
30 gram hete espresso
30 gram donkerbruine basterdsuiker
1 zakje Nescafé espressopoeder
150 gram boter, op kamertemperatuur
30 gram poedersuiker

Voor de banketbakkersroom
250 ml halfvolle melk
1 theelepel vanille
50 gram suiker
1 eidooier
22,5 gram maïzena

Voor de decoratie
325 ml slagroom (minder: 250 of 300ml)
40 gram suiker
handje hazelnoten, geroosterd (16 stuks)

Voor de nougatine (helft is voldoende)
75 gram blanke hazelnoten
20 ml water
62,5 gram suiker
(Eventueel 2x zoveel water en suiker voor de karamel en later extra suiker eraf breken)

Hazelnootschuim
Verwarm de oven voor op 175 °C (hete lucht). Bekleed een bakplaat met bakpapier en verdeel de hazelnoten daarover. Rooster de hazelnoten in ongeveer 8 tot 10 minuten tot ze goudbruin zijn, ze mogen best ver kleuren. Laat de noten afkoelen en hak ze fijn in de keukenmachine tot fijne kruimels/poeder. Verlaag de oventemperatuur naar 135 °C (onder- en bovenwarmte). Doe de eiwitten met het zout in een vetvrije kom en klop dit op. Voeg als het mengsel schuimig begint te worden, eetlepel voor eetlepel de fijne suiker toe. Klop de eiwitten door tot een stijf glanzend eiwitschuim. Spatel vervolgens voorzichtig het poedersuiker, de gemalen hazelnoten en maïzena door het eiwitschuim. Maak van het schuim, op een met bakpapier beklede bakplaat, twee cirkels van ongeveer 20 centimeter doorsnede (omtrek van een ontbijtbord). Bak het schuim 1 uur, zet de oven uit en laat het in de oven afkoelen (het liefst een hele nacht).

Banketbakkersroom
Giet 225 ml melk in een pan en voeg de vanille toe en breng alles aan de kook. Doe de overige melk met de suiker en de eidooier in een kom en klop dit goed door elkaar. Klop als laatste de maïzena erdoor en maak er een mooi glad papje van. Giet als de melk kookt al roerend de helft van de hete melk op het suikermengsel. Roer het goed door. Giet dit mengsel vervolgens bij de melk in de pan en breng alles onder voortdurend roeren aan de kook. Blijf roeren totdat het mengsel dikker wordt en laat het mengsel 1 tot 2 minuten zachtjes doorkoken. Giet de banketbakkersroom in een glazen schaal en dek deze af met plasticfolie. Zorg ervoor dat het folie direct op de room ligt, zodat er geen velvorming kan plaatsvinden. Laat de room eerst wat afkoelen op het aanrecht en zet de kom daarna tot gebruik in de koelkast maar haal het op tijd eruit om op kamertemperatuur te laten komen. Klop het geheel voor gebruik kort door tot een gladde en romige banket bakkersroom.

Nougatine
Verwarm de oven voor op 150 °C. Spreid de noten uit op een met bakpapier beklede bakplaat. Rooster de noten in 8 tot 10 minuten goudbruin. Doe het water en de suiker in een steelpan en breng dit aan de kook op het voorste, kleinste pitje. Roer totdat de suiker is opgelost maar stop met roeren zodra het mengsel gaat koken. Daarna eventueel met een kwastje de randen schoonhouden. Laat de suiker tot goudbruin karamelliseren. Voeg de nog warme hazelnoten toe aan de hete karamel en roer deze erdoorheen. Stort de warme massa op bakpapier en laat de nougatine afkoelen. Breek de gekaramelliseerde noten in stukken (verwijder eventueel de extra suiker) en maal of hak deze in de keukenmachine, met het hakmolentje van een staafmixer of gewoon met een mes tot nougatine. Probeer niet al te fijn poeder te maken, stukjes is juist lekker. 

Vulling
Meng de hete espresso met de bruine basterdsuiker en de oplos-espresso en roer tot alles opgelost is. Klop de boter met het poedersuiker luchtig op. Voeg de banketbakkersroom daar aan toe en klop het geheel door. Als de botercrème gaat schiften is het mengsel te koud, zet de schaal dan even in wat warm water of zet een warme föhn op de schaal. Voeg tot slot het koffie mengsel toe aan de botercrème en mix dit erdoor. Klop de slagroom met de suiker op. Bestrijk een plak schuim (bewaar de mooiste voor de bovenkant) met mokkabotercrème en leg daar de andere plak op. Bestrijk de taart aan de boven- en zijkant met de resterende botercrème. De bovenkant heeft niet veel crème nodig. Zet eventueel tussentijds in de koelkast om daarna strak af te werken. Duw de zijkant van de taart in de fijngehakte nougatine. Decoreer de bovenkant met slagroom (lange strepen over de bovenkant en 16 roosjes op de zijkant) en met de geroosterde hazelnoten.
⚙ Beheer