Runderwangen met Pastinaakpuree

Voor 2-3 personen

1,5 eetlepel olijfolie
600 gram runderwangen, in vrij grote stukken 
1 kleine ui, fijngesneden
1,5 stengels bleekselderij fijngesneden
4 tenen knoflook, geperst
1 tomaat, fijngesneden
50 gram kastanjechampignons, fijngesneden
1/2 steranijs
1 kruidnagel
2 laurierblaadjes
1 theelepel gemalen koriander
2 takjes rozemarijn
3 takjes tijm
1 rode chilipeper, fijngesneden
1 liter runderbouillon

pastinaakpuree
2 grote pastinaken geschild en in stukjes
1 middel aardappel geschild en in stukjes
25 gram boter in blokjes
300 ml melk

chimichurri
2 eetlepels fijngesneden peterselie
2 eetlepels oreganoblaadjes
2 teentjes knoflook, geperst
1 rode chilipeper, fijngesneden
1 eetlepel wittewijnazijn
1 eetlepel olijfolie

doperwten, geroosterde worteltjes, kerstomaatjes en geroosterde pijnboompitten voor erbij

Verwarm de oven voor op 160°C.
Verhit de 1,5 el olie in een grote braadpan op matig tot hoog vuur. Braad de runderwangen ± 3 min. per kant aan. Schep op een bord. Bak in dezelfde pan de ui, bleekselderij en 4 geperste tenen knoflook ± 8 min. tot ze aromatisch zijn en karamelliseren. Voeg de tomaat, champignons, steranijs, kruidnagels, laurier, koriander, rozemarijn, tijm en 1 fijngesneden chilipeper toe en bak ± 8 min. tot de champignons bruin zijn. Voeg de bouillon toe en schraap met een houten pollepel de aanzetsels los van de pan. Breng aan de kook en voeg het vlees weer toe. Zet afgedekt in de oven en stoof in ± 2½-3 uur botermals (zet eventueel na een tijdje als het teveel aan het koken is, de oven op 120°C). 

Zet ± 45 min. voor serveren de pastinaak met de aardappel op in een pan met 225 ml melk en 225 ml water of zoveel vloeistof dat de groenten goed zijn bedekt. Breng aan de kook en kook in ± 40 min. gaar. Giet af, laat wat afkoelen en pureer in de keukenmachine met de boter en de resterende 75 ml melk. Voeg zout en witte peper toe. Houd warm.

Meng voor de chimichurri in een kom 1 el water, peterselie, oregano, 2 tenen geperste knoflook, 1 fijngesneden chilipeper, wittewijnazijn, olijfolie en zout en peper.

Schenk 250 ml van het stoofvocht uit de braadpan in een steelpan. Laat in ± 25 min. inkoken tot eenderde. Schep op elk bord wat pastinaakpuree en verdeel het vlees, de geblancheerde groente en geroosterde pijnboompitten erover. Besprenkel met chimichurri en ingekookte jus en serveer direct.

Ook lekker met couscous. 

Crème Brûlée met Frambozen

Voor 4 personen

3 eidooiers
60 gram suiker
203 ml slagroom
75 gram frambozen
schil van 1 limoen
1 theelepel suiker

Maak de frambozenpuree door de frambozen kort te verwarmen met 1 theelepel suiker en de schil van en limoen. Haal door een zeef en zet opzij. 

Verwarm de oven op 120 graden (hete lucht). Klop de eidooiers en suiker in een kom door elkaar. Verwarm de slagroom op laag vuur totdat het bijna kookt en schenk al kloppend bij de dooiers. Verdeel de frambozen over de schaaltjes en giet voorzichtig de custard erbovenop. Zet ze in een ovenschaal en giet er zoveel mogelijk kokend water bij. Zet ze voor +/- 60 minuten in de oven. Bestrooi met rietsuiker en brand ze met een brander. 

Pastinaakroerbak met Gember en Sesam

Voor 2 personen

200 gram pastinaak, in blokjes van 1 cm
1/2 eetlepel sesamzaad, geroosterd
1,5 cm gember, geraspt
25 ml sojasaus
25 ml gembersiroop
1/2 rode paprika, in reepjes
200 gram spinazie
1 theelepel sesamolie

Meng de gember met de sojasaus en de gembersiroop. Verhit olie in een wok en bak de pastinaak in 3 minuten goudbruin. Voeg de paprika toe en vak nog 3-5 minuten. Voeg de spinazie in porties toe en laat het al omscheppend slinken. Voeg de woksaus toe en verwarm nog 2 minuten. Breng op smaak met sesamolie en peper. Serveer met rijst en sesamzaad. Lekker met Indonesische saté. 

Scones met Gerookte Zalm

 Voor 12 kleine scones of 6 grote

150 gram bloem
4,5 gram bakpoeder
1,5 theelepel venkelzaad, grof gestampt + extra
2 eetlepels verse dille
rasp van 1/2 citroen + partjes citroen
1 theelepel zout
100 ml crème fraîche + extra
62,5 ml melk + extra
100 gram warmgerookte forel, zalm of makreel

uitsteekvorm van ø4cm of ø7cm

Verwarm de oven op 200 graden (hetelucht). Voeg in een kom de bloem, bakpoeder, venkelzaad, dille, citroenrasp, het zout en wat peper. Klop in een andere kom de crème fraîche met de melk. Voeg dit toe aan de droge bestanddelen en meng alles met een mes tot een deeg. Breng over op een licht met bloem bestoven werkvlak en kneed vlug tot een glad deeg. 

Druk of rol het deeg uit tot een plak van 3cm, bestuif de vorm goed met bloem en steek er rondjes uit. Dus de restjes deeg bij elkaar en herhaal totdat het deeg op is. Leg de scones tegen elkaar op een bakplaat. Bestrijk de bovenkanten met wat melk en bestrooi met venkelzaad, zout en peper. Bak 20-25 minuten totdat ze goudbruin zijn. Laat ze afkoelen op een rooster. 

Serveer met crème fraîche, zout, peper, vis, dille en citroenpartjes. 

Lamsgehakt met Aubergines

Voor 4 personen

3 eetlepels olijfolie
1 ui, fijngesneden
1 teen knoflook, fijngesneden
snuf nootmuskaat
2 theelepels korianderzaad, gemalen
2 theelepels komijnzaad, gemalen
300 gram lamsgehakt (eventueel met rundergehakt)
3 eetlepels granaatappelmelasse
40 gram pijnboompitten, geroosterd en grof gehakt
sap van 1 citroen
400 gram kleine, dunne aubergines, in de lengte gehalveerd, vruchtvlees kruislings ingekerfd
80 gram rode druiven, in dunne plakjes
4 eetlepels munt, grof gehakt
4 eetlepels peterselie, grof gehakt
8 Libanese flatbreads

250 ml Griekse yoghurt
1 eetlepel tahin
snuf kaneel
sap van 1/2 citroen

Verhit 1 eetlepel olijfolie in een koekenpan op hoog vuur. Bak hierin de ui met knoflook en specerijen onder af en toe omscheppen 2-3 minuten tot de aroma's vrijkomen. Voeg het gehakt toe en vak dit al omscheppend rul in 5-6 minuten. Voeg de granaatappelmelasse toe en bak het gehakt karamelbruin in 2-3 minuten. Voeg de pijnboompitten en het citroensap toe en schep om. Breng goed op smaak met zout en peper.

Verhit een licht ingevette pan op hoog vuur. Doe de aubergines in een kom en schep ze om met de rest van de olijfolie, zout en peper. Gril ze met de snijvlakken omlaag 2-4 minuten tot ze schroeiplekjes krijgen. Keer ze om en grill nog 5 minuten. Laat uitlekken op keukenpapier en snijd in grove stukken. 

Meng in een kom alle ingrediënten voor de dressing met wat zout en peper. Leg de aubergines op een schaal en verdeel het gehakt erover. Besprenkel met de tahinyoghurt en bestrooi met druiven, munt en peterselie.

Indonesische Saté

Voor 2 personen

300 gram varkensschouder, in blokjes
2 tenen knoflook, geraspt
1 sjalot, fijngesneden
1/2 chilipeper, fijngesneden
1/4 theelepel paprikapoeder
1/2 theelepel komijnzaad
1/2 theelepel korianderzaad
1,5 eetlepel ketjap manis
1/2 eetlepel sojasaus
1/2 eetlepel vissaus
rasp + sap van 1 limoen
150 gram pindakaas
1/2 eetlepel lichtbruine basterdsuiker
3 cm gember, geraspt

Mix alle ingrediënten tot en met de gemberwortel (behalve de varkensschouder) in de keukenmachine tot een saus. Doe de helft van deze satésaus bij de vleesblokjes en schep op. Zet afgedekt minstens 30 minuten of langer in de koelkast. 

Doe de rest van de satésaus in een steelpan, voeg een scheut water en ketjap toe en verwarm al roerend tot hij wat donkerder kleurt. Neem van het vuur. 

Verhit de grill op de hoogste stand. Bekleed een bakplaat met aluminiumfolie en vet licht in met wat olie. Steek de vleesblokjes aan de spiesen en grill ze in 8-10 minuten gaar, keer regelmatig. 

Lekker met pastinaakroerbak en witte rijst, eventueel met komkommer, bosui en extra limoen. 

Citroen-Zwartebessentaart

Voor een taart voor 8-10 personen 

Voor het biscuit
8 eieren, gesplitst
140 gram fijne kristalsuiker + 20 gr extra
1 eetlepel citroensap (rasp de citroen eerst)
80 gram bloem
1/8 tl zout
fijne rasp van 1 citroen
poedersuiker om te bestuiven

Zwartebessenpuree
300 gram zwarte bessen (vers of diepvries)
60 gram fijne kristalsuiker
extra bessen voor decoratie

Bessen botercrème
85 gram golden syrup of maissiroop
120 gram fijne kristalsuiker
merg van 1/2 vanillestokje
4 eidooiers
300 gram zachte boter, in blokjes van 3 cm
100 gram van de bessenpuree

Verwarm de oven voor op 180C (geen hetelucht). Bekleed een ondiepe bakplaat van 40×32 cm met bakpapier. Klop de eidooiers met de 140 gr suiker en het citroensap op halfhoge tot hoge snelheid in ca 3 minuten tot het bleek en dik is. Zeef de bloem met het zout en vouw dit in 2 delen door het dooiermengsel. Strooi de citroenrasp erover en zet opzij. Klop in een brandschone kom de eiwitten tot zachte pieken en sprenkel de suiker erover. Blijf kloppen tot stevige pieken ontstaan. Schep 1/3 van het eiwitschuim luchtig door de dooiermassa tot alles is vermengd. Spatel dan de rest van het eiwitschuim erdoor. Stort het beslag op de beklede bakplaat en strijk glad met een kleine spatel. Bak het biscuit in ca 15 minuten gaar en lichtbruin. Haal de bakplaat uit de oven en laat deze op een taartrooster (in de bakplaat) 5 minuten afkoelen. Bestrooi dan met poedersuiker en leg er een schone theedoek overheen. Keer het geheel in 1x om en trek voorzichtig het bakpapier eraf. Rol het gebak vanaf de smalle kant, met behulp van de theedoek, op. Dit is een soort training zodat het later klaar is om op te rollen. Rol het gebak na 20 minuten (als het afgekoeld is) weer uit. En snij aan de lange kant drie repen van krap 11 cm breed. Gebruik hiervoor een pizzasnijder, dat werkt het best. Leg ze afgedekt met de theedoek opzij.

Doe de bessen met de suiker in een pan en zet op middelhoog vuur. Verwarm alles 4-5 minuten tot het fruit zachter is en de suiker is opgelost. Mix dit met de keukenmachine of staafmixer glad en giet de puree door een zeef. Meet 100 gram af voor de botercrème en laat dit volledig afkoelen voor gebruik.

Doe de golden syrup met de suiker en het vanillemerg in een middelgrote pan en zet op laag vuur totdat de suiker is opgelost. Dit is de suikersiroop. De ondertussen de eidooiers in een kom van een staande mixer en klop deze tot ze dik en een bleke citroenkleur hebben. Laat de mixer draaien terwijl je de suikersiroop controleert. Roer de siroop als alle suiker is opgelost door en zet het vuur halfhoog. Laat deze pruttelen tot er belletjes ontstaan. Beweeg de pan kort heen en weer tot er grote bellen op het oppervlak ontstaan.
Neem de pan van het vuur en giet de hete siroop langzaam in een geleidelijke stroom langs de kant van de kom bij de dooiermassa. Als alles is toegevoegd zet je de mixer op hoge snelheid en klop je het net zolang totdat de de kom aan de buitenkant niet meer warm aanvoelt. Voeg, nog steeds kloppend, blokje voor blokje de boter toe en laat de boter opnemen voor je een nieuw blokje toevoegt. Wanneer alle boter is opgenomen schraap je de wand van de kom schoon en klop je nog 1 minuut tot de botercrème glad en luchtig is. Voeg 100 gram bessenpuree toe en klop op half hoge snelheid totdat alles is vermengd.

Bestrijk elke reep van het biscuitgebak met ca 80 gram van de bessen-botercrème. Er is dan nog ca 300 gr over om de taart aan de boven- en zijkanten te bestrijken. Rol een besmeerde reep gebak op vanaf de korte kant. Leg een tweede reep gebak er tegenaan (alsof ze in 1 lange reep liggen) en rol verderop. Doe dit ook met de 3e reep biscuit. Zet de cilinder van gebak rechtop op een taartschaal of taartboard. Bestrijk de taart aan de zijkanten en bovenkant met de botercrème. Dit gaat het handigste met een spatel. Strijk mooi glad.
Doe ca 50 gram van de overgebleven bessenpuree op de bovenkant van de taart en laat deze aan de zijkanten voorzichtig naar beneden druipen. Laat de gestreepte bessentaart ca 1 uur op kamertemperatuur (of als het te warm is, in de koelkast) rusten voordat je hem aansnijdt.

* Voor een halve taart: halveer de hoeveelheden en gebruik een bakplaat van +/- 20x30 afgemeten met bakpapier. De taart was redelijk zoet. Misschien wat citroensap bij het fruit. 

Kaasbitterballen

Voor ongeveer 30 stuks

1/2 groentebouillontablet
250 ml kokend water
2,5 blaadjes gelatine
40 gram ongezouten roomboter
65 gram tarwebloem
3 middelgrote eieren
62,5 gram geraspte Goudse jonge kaas
62,5 gram geraspte oude kaas
1 el Zaanse mosterd
80 g panko
2 liter frituurolie


Meng de groentebouillontablet met het kokend water en laat afkoelen tot kamertemperatuur. Week de gelatine ondertussen in ruim koud water. Smelt de boter op laag vuur in een steelpan met dikke bodem, maar laat niet kleuren. Voeg 50 g bloem toe en laat in 3 min. gaar worden (roux). Roer regelmatig. Zet het vuur middelhoog. Voeg al roerend met een garde de afgekoelde bouillon in delen toe. Laat, als alle bouillon is opgenomen, op laag vuur 5 min. zachtjes koken. Roer regelmatig. Haal van het vuur. Knijp de gelatine uit en voeg samen met 1 van de eieren, geraspte kaas en de mosterd toe. Breng op smaak met peper en eventueel zout. Spreid het kaasmengsel met een spatel uit over een platte schaal en dek af met vershoudfolie om te voorkomen dat er een vel ontstaat. Laat afkoelen tot kamertemperatuur. Zet daarna minstens 3 uur in de koelkast, laat héél koud worden, eventueel in de vriezer.

Doe de rest van de bloem in een diep bord. Klop de rest van de eieren los in een ander diep bord. Doe de panko in een derde diep bord. Maak van het kaasmengsel balletjes ter grootte van een kleine walnoot. Rol de balletjes een voor een achtereenvolgens door de bloem, het ei en de panko. Laat weer 1 uur opstijven in de koelkast en herhaal nog een keer.

Verhit de frituurolie tot 170 °C en frituur de bitterballen in ca. 2 min. goudbruin. Laat uitlekken op keukenpapier. 

Bananenschuimpjes

1 eiwit
50 gram poedersuiker
1 flinke theelepel bananenextract

Klop de eiwitten en voeg de suiker beetje bij beetje toe. Vouw als laatste de bananenextract erdoor. Spuit kleine banaantjes en laat op 125 graden (onder en bovenwarmte) 45 minuten hard worden in de oven. Laat in de oven afkoelen met de deur op een kier. 

Bramentompouce

Voor 4 tompoucen


4 plakjes bladerdeeg
1 blaadje gelatine
3 eieren
25 gram bloem
60 gram suiker
1 theelepel vanille
zout
250 ml melk
25 gram boter
200 gram bramen (ongeveer 14 stuks)
50 gram poedersuiker (misschien iets meer)
150 ml slagroom
1 eetlepel suiker

Verwarm de oven op 175 graden (hete lucht). Snijd de plakjes bladerdeeg doormidden en prik met een vorm veel gaatjes in het deeg. Leg op een met bakpapier bekleedde bakplaat, bedek met nog een vel bakpapier en leg een bakplaat hierop. Zet 15 minuten in de oven. Haal de bakplaat van het bladerdeeg en laat nog 5-10 minuten bruin worden. Zet eventueel iets hoger. 

Week de gelatine in koud water. Kluts de eieren met de bloem, de suiker en een snufje zout tot een licht schuim. Breng de melk met de vanille aan de kook en schenk hem al roerend in een dun straaltje bij het eimengsel. Plaats het mengsel op laag vuur en kook het mengsel tot een dikke custard. Neem de pan van het vuur. Knijp de gelatine uit. Roer de gelatine en de boter in stukjes door de custard en laat de crème afgedekt afkoelen.

Maak de bramen schoon. Wrijf ca. 4 bramen door een zeef en vang het sap op. Voeg het sap geleidelijk toe aan de poedersuiker en roer tot een dik glazuur. Bestrijk de helft van de bladerdeegplakjes met het glazuur.

Klop de slagroom met de suiker en doe in een spuitzak met gladde mond. Klop de crème goed op en doe de afgekoelde crème in de spuitzak en en spuit met een golvende beweging wat crème op een plakje bladerdeeg. Leg er de geglazuurde plakjes bladerdeeg bovenop. Versier met de overige bramen.
⚙ Beheer