Chocoladetaart


Voor een vorm van ø17cm

100 gram melkchocolade
100 gram ongezouten roomboter
100 gram crème fraîche
100 gram tarwebloem
1/2 eetlepel bakpoeder
1 eetlepel cacaopoeder
½ tl zout
2 middelgrote eieren
100 gram kristalsuiker
200 gram pure chocolade 
125 ml verse slagroom
25 gram poedersuiker
Versiering

Verwarm de oven voor op 165 °C (hete lucht). Breek de melkchocolade in stukjes. Doe met de boter en crème fraîche in een vuurvaste kom en laat in een pan kokend water smelten (au bain-marie). De kom mag het water niet raken. Haal de kom uit de pan, roer met een garde en laat afkoelen tot lauwwarm.

Bekleed ondertussen de bodem van de springvorm met bakpapier, vet de rand in met boter en bestuif met een beetje bloem. Zeef de bloem, bakpoeder, cacao en het zout in een kom en meng door elkaar. Klop in een andere kom de eieren en suiker met een garde tot een glad en luchtig mengsel. Meng het chocolademengsel met een garde door de eieren. Voeg het bloemmengsel toe en roer door tot een glad beslag.

Giet het cakebeslag in de springvorm en bak ca. 35-40 min. in het midden van de oven. Steek na 35 min. de satéprikker in het midden van de cake. Als de prikker er schoon uitkomt is de cake gaar. Laat de taart afkoelen, haal na 20 min. uit de vorm.

Maak ondertussen de ganache. Breek de pure chocolade in stukken, meng met de slagroom in een vuurvaste kom, zet op een pan kokend water en laat smelten (au bain-marie). De kom mag het water niet raken. Roer voorzichtig door met een garde, haal van het vuur en laat helemaal afkoelen. Klop de poedersuiker er met een garde door en zet eventueel even in de koelkast. 

Snijd de cake horizontaal doormidden. Besmeer de onderste helft met ⅓ van de ganache. Leg de bovenste helft erop en besmeer alleen de bovenkant van de taart rijkelijk met de rest van de ganache, in mooie pieken. Bestrooi met versieing.

Cake en ganache kunnen van tevoren worden gemaakt. De taart is enkele dagen goed in de koelkast. 

Satesaus

 Voor twee personen

Ingrediënten
75 gram pindakaas
150 ml water
19 ml ketjap manis
1.5 tl bruine basterdsuiker
snuf knoflookpoeder 
0.5 tl gemberpoeder
sap van 1/4 citroen

Bereiding
Verhit ingrediënten tot het de juiste consistentie heeft. 

Hamburgerbroodjes 2.0 - 6 zachte aardappelbroodjes

 
Ingrediënten
300 gram tarwebloem
125 gram water
75 gram aardappel 
45 gram gesmolten boter
35 gram suiker
6 gram gist
5 gram zout

Voor bovenop:
sesamzaadjes
ei+beetje water

Voor 9 broodjes:
450 gram tarwebloem
190 gram water
110 gram aardappel
70 gram boter
52 gram suiker
9 gram gist
8 gram zout


Bereiding
Deze broodjes zijn lekkerder en zachter dan de andere hamburgerbroodjes (link). Het is wel wat meer werk en ook wat ongezonder. Begin met het schillen van aardappels. Reken wat ruimer omdat je wat verliest (ongeveer 150 gram). Kook ze 25 minuten. Knijp uit met een aardappelpers en laat afkoelen. Meng alle ingrediënten en kneed 10 minuten. Het is best plakkerig en vochtig maar weersta de verleiding om bloem toe te voegen. Het komt wel goed. Laat het deeg 1:30 uur rijzen. Verdeel het deeg in 6 stukken (ongeveer 95 gram per stuk), vouw eerst dubbel en vorm dan een bol. Houd het bolletje aan de onderkant vast en dep het eerst op een natte doek en daarna door een laagje sesamzaadjes. Leg de bolletjes met sesamzaadjes op een met olie ingesmeerde bakpapier.  Laat een uur/uur en kwartier rijzen, smeer het in met het eimengsel en bak in een kwartier in een voorverwarmde oven op 205 graden.

Walnoot-Vijgenbroodjes

Voor 2 flinke broodjes

50 gram walnoten, geroosterd en grof gehakt
75 gram vijgen, in zessen gesneden
150 gram meel
100 gram volkorenmeel
2 gram gist
165 ml water
5 gram zout
broodverbeteraar

Meng de twee soorten meel met de gist, het water, het zout en de broodverbeteraar. Kneed tot een soepel deeg en laat 1 uur rijzen. Druk het deeg plat uit en meng de vijgen en de walnoten goed door het deeg. Verdeel het deeg in 2 stukken. Druk elk stuk goed plat, vouw één kant naar je toe, en vervolgens de ander erover. Druk de naad goed aan en vorm een pistoletje ervan. Leg beide broodjes op een bakplaat met bakpapier en maak een 'bootje' van bakpapier zodat ze mooi hun vorm behouden. Bestrooi met wat bloem Laat een nacht in de koelkast rijzen. Verwarm de oven zo heel mogelijk (zonder- en bovenwarmte) en snijd de broodjes vlak voor het bakken kruislings in. Bak ze +/- 10 minuten op 220 graden (besproei tussentijds met water) en verlaag dan de temperatuur tot 175 graden, voor 15-20 minuten. 
 

Kardemombullar

Voor 8 broodjes

125 gram volle melk
7 gram broodverbeteraar
75 gram roomboter, op kamertemperatuur
3,5 gram gist
220 gram bloem
90 gram lichtbruine basterdsuiker
2,7 gram gemalen kardemom
1 gram zout
1/4 theelepel vanillepasta

Doe de melk en 37,5 gram roomboter in een steelpan en verwarm tot lauwwarm. Doe de gist met de bloem, 32,5 gram basterdsuiker, 1 gram kardemom en het zout in een kom. Voeg het melkmengsel toe en kneed in 10 minuten tot een soepel deeg. Vorm een bal en laat in de kom 45 minuten rijzen. 

Meng 32,5 basterdsuiker met 1,2 gram kardemom door de resterende 37,5 gram boter. Haal het deeg uit de kom en rol uit tot een lap van 50x15cm. Bestrijk het deeg met de kardemomboter. Vouw 1/3 van de lange kant van het deeg om en sla dan het andere 1/3 deel eroverheen. Rol nog iets uit. Snijd met de vouw mee 8 repen van het deeg. Snijd elke reep tot bijna het uiteinde in, maar laat het uiteinde aan elkaar zitten. Draai de twee stroken om elkaar heen tot een spiraal en rek voorzichtig al draaiend iets uit. Wikkel het deeg twee keer losjes om 2 vingers heen en stop het uiteinde dan van onder door de knoop.

Leg de broodjes op een bakplaat met bakpapier, bedek met een plastic zak en laat een nacht in de koelkast rijzen. Haal voor het bakken de broodjes uit de koelkast om op temperatuur te komen. Verwarm de oven op 220 graden en bak ze in 10 minuten goudbruin (iets minder hoge temperatuur als de broodjes nog koud zijn). 

Maak ondertussen de siroop. Verhit 20 ml water met 25 gram basterdsuiker, 0,5 gram kardemom en de vanille. Haal de broodjes uit de oven en bestrijk met de siroop. De broodjes zijn prima in te vriezen! 
 

Salmorejo met Serranoham

Voor 2 personen

800 gram rijpe tomaten
1 dikke snee brood (of 2 kontjes)
1 teen knoflook
1-2 eetlepels rode wijnazijn
3 eetlepels olijfolie
1 ei, hardgekookt
40 gram serranoham
1 eetlepel peterselie, fijngesneden

Breng een pan water aan de kook. Kruis de tomaten in en dompel de tomaten één voor één voor 15-20 tellen in het kokende water. Laat afkoelen in een kom koud water. Haal het velletje eraf en verwijder zaadlijsten. Doe intussen ook het brood in een kommetje met water. Knijp uit en voeg bij de tomaten. Pureer de tomaten, het brood en de knoflook met een staafmixer. Breng op smaak met azijn, olijfolie, zout en peper. Laat 1 nacht in de koelkast staan. 

Bak de ham in reepjes in wat olie totdat ze knapperig zijn. Hak het ei fijn. Breng de soep nog wat op smaak. Schenk de soep in kommen, voeg wat olijfolie toe en garneer met ham, ei en peterselie. 
 

Albondigas met Chorizo en Amandel

Voor 4 personen

400 gram gemengd gehakt
1/2 theelepel gemalen kruidnagel
1 theelepel gerookt paprikapoeder
1 bosje platte peterselie, fijngehakt
75 gram droge chorizo, in dunne halve maantjes
400 gram tomatenblokjes
300 gram witte rijst
2 plukjes saffraan
1 eetlepel kurkuma
2 eetlepel amandelschaafsel, geroosterd
1 krop sla, in stukken gescheurd
2 eetlepels rode wijnazijn
100 gram aïoli
2 eetlepels olijfolie
2 uien, in dunne ringen
4 eetlepels extra vierge olijfolie

Doe het gehakt in een kom en kneed de kruidnagel, paprikapoeder, de helft van de peterselie en zout en peper erdoor. Vorm 20 balletjes van het gehakt. Verhit in een braadpan de olijfolie en bak de balletjes 4 minuten bruin. Haal uit de pan en bak de chorizo in 4 minuten uit. Voeg de balletjes weer toe en ook de tomatenblokjes. Draai het vuur laag en laat in 15 minuten garen. Kook intussen de rijst en voeg de saffraan en kurkuma toe aan het kookvocht. Meng de ui met de azijn en laat even goed intrekken. Meng de slag met de ui en de olijfolie en breng op smaak met zout en peper. Schep de gehaktballetjes op een schaal en bestrooi met het amandelschaafsel en de peterselie. Serveer met de rijst, sla en aïoli.  

Kiwi-Aardbeiijsjes


Voor 8 ijsjes

3 kiwi's, zonder wit en pitjes
118ml water 
100 gram suiker
59ml limoensap
rasp van 1/2 limoen
88,5 gram water
+/- 6 grote aardbeien
50ml water
sap van 1/2 limoen

Snijd 8 dunne plakjes van 1 kiwi en leg ze onderop de ijsjes. Verwarm de 118ml water met de 100 gram suiker en de limoenrasp totdat het aan de kook is. Laat afkoelen en meng dan 170 gram van deze siroop met de limoensap en 88,5 gram water. Pureer de kiwi's en voeg dit aan het mengsel toe. Schenk in de vormpjes. 

Pureer de aardbei en meng met de overige suikersiroop en de sap van een halve limoen. Voeg ongeveer 50ml water toe. Giet bij de kiwi-ijsjes. 

Citroen-Honingijsjes

 Voor 4 ijsjes

118ml citroensap
85 gram honing + 59ml water
177ml koud water
rasp van 1/2 citroen

Verwarm de honing met de 59ml water totdat het gesmolten en enigszins ingekookt is. Meng met de citroensap, 177ml koud water en de rasp van de citroen. Laat 6 uur in de vriezer bevriezen. 

Kip in bladerdeeg

Voor 2 personen 

Ingrediënten 
  • 2 kippendijen
  • 2 bladerdeeg
  • 100 gram philadelphia
  • handje peterselie gehakt
  • handje bieslook gehakt
  • ei

Bereiding
Verwarm de heteluchtoven voor op 200 graden. Ontdooi 2 bladerdeeg en rol ze wat uit met een deegroller. Sla de dijen een beetje plat en bestrooi ze aan beide kanten met peper en zout. Meng de kruiden met de philadelphia en rol het mengsel in de kippendijen. Leg de kip op het bladerdeeg en vouw deze aan de bovenkant dicht. Bestrijk met geklopt ei. 20 minuten in de oven. Laat 5 minuten afkoelen. 

⚙ Beheer